‘Here we go again’

Hij belt mij op om te zeggen dat er weer sigaretten weg zijn.., maar als ik het aantal met hem naga, dan blijkt het toch te kloppen met wat ik in mijn hoofd heb zitten.

Gelukkig maar. Hij wordt er zelf helemaal gek van, zegt hij.

Zondagavond ziet hij weer lichtpuntjes: iemand van de zorg heeft geopperd dat zijn linkerbeen nog niet sterk genoeg is.., en dus..heeft hij weer hoop..

Voorzichtig zeg ik dat zijn linkerbeen korter is en de grond niet raakt, want dat heeft de fysiotherapeut tegen mij gezegd, maar volgens hem is dat niet waar..

“Here we go again”, denk ik dan, maar ik zeg niks.

Zijn zoon heeft hem blij gemaakt met een “robothand” voor zijn verlamde linkerhand, die hij aan zou kunnen trekken als een handschoen.

Hij is helemaal in de wolken bij het idee, ik sceptisch, maar ook dat houd ik voor me.

Overleg met de zorg of fysiotherapeut is er niet voor geweest, en zij zullen daar toch mee in moeten stemmen, met het gebruik daarvan. Gelukkig is dit niet mijn verantwoordelijkheid verder.

De volgende dag belt hij op om te zeggen dat de robothand niet meer nodig is, omdat zijn hand uit zichzelf in beweging is gekomen, en of ik de aanschaf ervan wil annuleren door zijn zoon te waarschuwen, maar ik ga daar niet tussen zitten en zeg hem dit aan de zorg te vragen.

De dag erna blijkt hij er geen actie op ondernomen te hebben richting de zorg in verband met annulering, en dat is maar goed ook, want zijn hand laat het weer afweten, zegt hij.

Maandag krijgt hij weer botox injecties in zijn hand. Afwachten maar wat daar nu weer het effect van zal zijn. Ik ben wel blij dat de fysiotherapeut hierop actie heeft ondernomen, want het leidt toch ook de aandacht weer wat af van het lopen, of beter gezegd van het niet meer kunnen lopen.

Dinsdag is hij wat stil en hij heeft pijn in zijn linkerarm, wat een gevolg zal zijn van de injecties.

Ook is hij weer bang voor een epileptische aanval, zegt hij.

Hij wil roken, maar laat de brandende sigaret uit zijn mond vallen, zonder dat hij daar erg in heeft.

Gelukkig sta ik ernaast en kan ik snel de sigaret pakken.

Ik had al eerder opgemerkt dat hij ook moeite heeft met de sigaret aansteken.

Hij houdt de aansteker of te ver weg, of te dichtbij, en in het laatste geval verbrandt hij bijna zijn duim.

Ik ben er best van geschrokken. Hij niet, want ja, dat kan toch gebeuren?

Ik waarschuw toch even de zorg, want ik moet er niet aan denken dat er echt iets goed mis gaat, zonder dat ik hiervoor gewaarschuwd had.

De zorg heeft het vervolgens over een “rookslab” die hij zou kunnen dragen tijdens het roken, die zijn kleding beschermt, maar hoe dat te “verkopen” aan mijn eega?

In de dagen daarna hoor ik hem er niet over, dus ik denk dat hij nog even het voordeel van de twijfel heeft gekregen, wat ik op zich ook wel weer kan begrijpen, want zo’n rookslab is ook weer een beperking erbij, en misschien dat hij nu rookt met iemand erbij. Ik ga dat nog wel zien of horen.

Woensdag moet ik heel vroeg opstaan, voor mijn doen dan, voor de schilder die om 07.00u hier wil beginnen om het plafond te witten, naar aanleiding van de lekkage schade, maar mooi, niet mooi dus, geen schilder op de afgesproken tijd.

Hij komt doodleuk drie kwartier later aanzetten, met het excuus dat hij zich had verslapen.

Ik ben ondanks dat blij dat hij nu wel echt gekomen is, want dat was ook nog afwachten.

 

 

Mayke de Vries is na een carrière in de zorgsector nu vooral mantelzorger voor haar partner, die helaas na een grote hersenbloeding in oktober 2019 in een zorginstelling kwam te wonen. Zij schrijft op Mantelzorgelijk over de veranderingen in hun leven.

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Back To Top