Help mijn ouders worden oud(er)

Vroeger als kind keek ik huizenhoog tegen mijn vader op. In mijn kinderogen was hij groot en sterk en kon en wist hij werkelijk alles. Hij had een mooi kantoor in een oud pand in het centrum van Dordrecht met een typemachine en een telex. Fascinerend vond ik dat, zo’n apparaat waar zonder dat mijn vader iets deed een lint met tekst uit kwam rollen. Dat mijn vader op onze vakanties – in mijn ogen vloeiend – Frans sprak, heeft ook grote indruk op mijn jonge ik gemaakt. Ik ben dan ook trots dat ik zijn genen mag dragen, blij met alles wat hij mij geleerd en meegegeven heeft en vooral dankbaar dat hij samen met mijn moeder nog steeds in mijn leven is.

Mijn moeder herinner ik me als lief, zorgzaam, en altijd aanwezig. Zij was zo’n moeder die klaar zat met thee en koekjes als ik uit school kwam, die vol aandacht en trots luisterde naar mijn verhalen, mij raad gaf en mij trooste als ik pijn had of verdriet.

Mijn ouders hebben mij mijn hele leven “verwend” met hun onuitputtelijke liefde. Zij stonden (en staan) altijd voor mij klaar, geen vraag was te gek, geen moeite was hun te veel. Toen Henk na zijn herseninfarct thuis kwam uit het revalidatiecentrum werden mijn ouders mantelzorger, voor hem en daarmee ook een beetje voor mij. Zij stonden 4 dagen in de week voor Henk klaar, zodat ik “gewoon” mijn werk kon blijven doen. Mijn vader ging met Henk naar (fysio)therapie, bracht hem naar zijn vrijwilligerswerk en haalde hem daar ook weer op. Mijn moeder zorgde voor een kopje koffie en een boterham tussen de middag. Dat deden ze bijna 1,5 jaar lang, tot wij voor een sabbatical naar ons huis in Frankrijk vertrokken.

Toen wij een jaar later terug kwamen naar Nederland zag ik ineens hoeveel ouder, brozer en breekbaarder mijn ouders waren geworden. Natuurlijk hadden we elkaar in dat jaar regelmatig gezien, in het echt, maar ook via Skype of WhatsApp, maar op de één of andere manier viel het mij op die momenten nog niet zo op.

Het proces van ouder, brozer en breekbaarder worden, is in de 3 jaar dat wij weer in Nederland wonen verder doorgezet. Mijn pap en mam hebben inmiddels allebei de respectabele leeftijd van 82 jaar bereikt. Ze wonen sinds de oplevering in 1975 in hetzelfde rijtjeshuis in Dordrecht. Dat betekent: 2 trappen en een grote voor- en achtertuin. Langzaam gaan ze merken dat ze niet meer alles in en om het huis zelf kunnen blijven doen. Ik zou ze zo ontzettend graag met alles willen helpen. En doen wat zij al mijn hele leven voor mij doen: er simpelweg zijn en bijspringen waar en wanneer dat maar het nodig is. Dat ik dat niet kan, omdat ik mijn handen al meer dan vol heb aan de combinatie van werk, mantelzorg en mijn eigen huis(houding), doet pijn. Het verdriet hierover knaagt een steeds groter gat in mijn hart. Mijn ouders verdienen zoveel meer dan ik kan geven!

Zonder hier vooraf ook maar één woord aan vuil te maken, trokken mijn ouders hun eigen plan en vroegen een keukentafelgesprek aan bij het Wmo-loket van de gemeente. Het was een moeilijke stap voor ze om aan elkaar toe te geven dat het zonder hulp niet meer ging. Pas toen de datum voor het keukentafelgesprek gepland moest worden, kwam de vraag of ik bij dit gesprek aanwezig wilde zijn. Natuurlijk wilde ik dat!

En zo maakte ik op 3 augustus kennis met de wereld van de Wmo-ondersteuning. Vooraf had ik natuurlijk al wat dingen met mijn ouders besproken, én ze ook wat (slimme) tips gegeven. Ik werk niet voor niets als HR Manager bij een thuiszorgorganisatie.

In de auto onderweg naar Dordrecht was ik vooral heel benieuwd hoe het gesprek zou gaan. Zou er de hele tijd met een schuin oog naar mij gekeken worden? Zouden er huizenhoge verwachtingen zijn over wat ik als dochter en mantelzorger allemaal zelf nog voor mijn ouders zou kunnen (en misschien zelfs wel moeten) doen? Gelukkig niks van dit alles!

We troffen 2 lieve, begripvolle, empathische dames, die zich eerder afvroegen of er niet meer hulp nodig zou zijn, dan minder. De huishoudelijke ondersteuning werd namelijk direct al toegekend. Een hele geruststelling voor mij en voor mijn ouders. Nu op zoek naar een organisatie die voldoende menskracht heeft om dit ook daadwerkelijk te gaan leveren. En dat wordt, verwacht ik, waarschijnlijk nog een hele uitdaging op zich.

 

 

Ellen werkt als HR Manager en geeft groepsles op de sportschool. Op 3 december 2016 kreeg haar echtgenoot Henk op 53-jarige leeftijd vanuit het niets een zwaar herseninfarct. Sinds die dag is zij zijn mantelzorger en zoekt zij naar de beste behandeling, naar nieuwe paden die kunnen bijdragen aan herstel en naar antwoorden op haar vele vragen. Met haar blogs over de wondere wereld van NAH wil zij meer bekendheid geven aan de impact van NAH. Op Mantelzorgelijk deelt zij verhalen uit haar leven met een partner met NAH.

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Back To Top