skip to Main Content

Groen van jaloezie

“Ik hou er niet van om andere stellen van onze leeftijd hand in hand op straat te zien lopen”, vertrouwde Barbara, een 75-jarige mantelzorger, me toe tijdens een van onze psychotherapiesessies. “Het geeft me geen goed gevoel ze zo te zien.” Ze klonk bijna verontschuldigend, ze wilde hen het plezier van hun samenzijn niet misgunnen – maar drukte tegelijkertijd uit dat het haar pijn deed dat ze zelf geen wandeling meer kon maken met haar aan huis gebonden echtgenoot die in een vergevorderd stadium van dementie verkeert.

Wanneer mensen aanstoot nemen aan wat anderen hebben of kunnen, omdat ze zich tekortgedaan voelen of zich minderwaardig voelen, noemen we dat afgunst. Volgens Shakespeare’s Othello ‘het monster met de groene ogen’. Het is een veelvoorkomende, soms verontrustende emotie in de zorg voor familieleden. Jaloerse mantelzorgers wensen vaak dat hun situatie net zo goed was als die van iemand anders, of zelfs dat ziekte en invaliditeit een familielid van iemand anders hadden getroffen in plaats van hun dierbare.

Afgunst onder mantelzorgers komt voor in verschillende vormen. Volwassen kinderen die zwakke, zieke ouders hebben die veel hulp nodig hebben, zijn jaloers op vrienden van wie de ouders gezond, hartelijk en onafhankelijk zijn. Mantelzorgers die hun baan moeten opgeven om zorgtaken te kunnen verrichten zijn jaloers op collega’s die hun carrieredromen kunnen najagen. Mantelzorgers die dierbaren met gevorderde dementie hebben, zijn jaloers op degenenen die met de eerste stadia van dementie te maken hebben. Degenen die geen steun hebben van hun familie zijn jaloers op anderen die dat wel hebben. Zorgontvangers zijn ook jaloers. Ik heb van een aantal mensen gehoord dat zorgontvangers opmerkingen maken als: “Jij kunt nog autorijden en gaan en staan waar je maar wilt. Ik kan dat niet.”

Afgunst voelen was een probleem voor Barbara in twee opzichten. Ze was opgevoed met het idee dat jaloezie geen goeie eigenschap was, en had dus altijd geprobeerd om niet jaloers te zijn. Ze voelde zich schuldig dat ze deze gevoelens nu wel had, en om dat schuldgevoel te vermijden sloeg ze veel hulpaanbiedingen van oude vrienden af, wiens echtgenoten gezond waren. Ze miste haar vrienden, en hoewel ze graag hun steun had gehad, kon ze het niet verdragen om te horen, of zich zelfs maar voor te stellen, wat voor geweldige dingen zij samen deden en waar zij met hun gezonde echtgenoten naar toe gingen.

Wat kunnen mantelzorgers doen om dit soort gevoelens onder controle te houden en zich niet terug te trekken van anderen?

Accepteer de neiging om te vergelijken

We weten dat we niet naar ‘de auto van de buren’ moeten kijken, maar volgens het psychologische gebied van de sociale vergelijkingstheorie beoordelen we ons leven bijna allemaal, of we het nou toegeven of niet, door onszelf te vergelijken met onze leeftijdsgenoten – vrienden van dezelfde leeftijd, buren, mensen met wie we naar school gingen. Als we denken dat we het beter doen dan zij, voelen we ons goed over onszelf. Omgekeerd voelen we ons niet zo goed als we denken dat zij meer geluk hebben, rijker zijn, er beter uitzien of meer bereikt hebben. Mantelzorgers zijn net zo geneigd om deze vergelijkingen te maken als ieder ander. Zich schuldig voelen over die normale menselijke neiging draagt alleen maar bij aan hun algehele leed.

Geef het onderliggende verdriet aandacht

Hoewel afgunst normaal is, is het niet zo behulpzaam voor de psychologische aanpassing van mantelzorgers als andere emoties kunnen zijn. Mantelzorgers voor mensen met dementie, zoals Barbara, verliezen langzaam de mensen die ze kenden, de relaties die ze hadden, en het leven dat ze deelden voordat ze mantelzorger werden. Om deze verliezen effectief te kunnen rouwen, moet je je verdrietig voelen en niet verteerd door afgunst. Op de lange termijn maakt het voor mantelzorgers niet uit dat anderen hebben wat zij niet meer hebben. Waar het om gaat is hoe goed ze kunnen rouwen en accepteren wat ze verloren hebben, en hoe ze de moeilijke uitdagingen die voor hen liggen beter aankunnen.

Werven, niet vergelijken

Het charmante leven van anderen zou geen bron van pijn moeten zijn voor jaloerse mantelzorgers. Het zou juist hoop moeten geven dat er misschien hulp beschikbaar is. Niet-mantelzorgers, niet belast met zorgzaken, zijn een goeie ‘prooi’ om hulp bij te zoeken. Als die niet-mantelzorgers aanbieden om met sommige taken te helpen, moeten mantelzorgers daar snel mee instemmen. Nadat Barbara het aanbod van vrienden afwees, voelde ze zich alleen maar meer geisoleerd, niet beter beschermd tegen verdriet. Toen ze later hun telefoontjes wel beantwoordde en hen toestond om haar te helpen, wreven ze gelukkig hun geluk niet onder haar neus door op te scheppen over hun vakanties. Ze hielden rekening met haar situatie.

Zoek nieuwe waardering voor jezelf

Het beste tegengif voor mantelzorg jaloezie is meer zelfwaardering. Veel mantelzorgers die de talloze uitdagingen van de zorg onder de knie hebben, merken dat als je een echt verschil kan maken in het leven van iemand waarvan je houdt, dit leidt tot meer voldoening en een sterker gevoel van doelgerichtheid. Ze vergelijken zichzelf nog steeds met anderen, maar hopelijk alleen om te concluderen dat niet-mantelzorgers simpelweg de kans om iets te doen nog niet hebben gekregen.

Door Barry J. Jacobs, klinisch psycholoog en familietherapeut.

https://www.aarp.org

Mariette Otten McGovern

is vertaalster, musicus en werkt als taalcoach voor Rosetta Stone. Ze woont en werkt in Florida, in de Verenigde Staten.

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top
X