skip to Main Content

Gesprek met mijn moeder

Door Julianne Victoria

Mijn moeder heeft de ziekte van Alzheimer, een ziekte die zowel het geheugen als de cognitieve vermogens aantast. Wat volgt is een echt gesprek tussen mij en mijn moeder. Ik wil andere mantelzorgers, van wie de familieleden nog in het beginstadium van Alzheimer zitten, laten zien hoe het zich kan manifesteren. Geduld is waarschijnlijk de beste vaardigheid die een mantelzorger kan hebben.

Ik: hoi, mam.
Mamma: oh, hallo, Julie. Ik wist niet dat je hier was.

Ik: ja, ik ben hier al een paar weken. Wat ben je aan het doen?
Mamma: oh, je weet wel, niet veel.

Ik: heb je plannen voor vandaag?
Mamma: nee, niet echt.

Ik: wat doe je nu dan?
Mamma: ik maak lunch voor je vader.

Ik: misschien moet je daar even mee wachten. Het is pas tien uur.
Mamma: ik sprak hem net. Hij zei dat hij op weg naar huis is.

Ik: heb je zijn briefje gezien, waarop staat dat hij vandaag niet thuis komt lunchen?
Mamma: oh, (leest het briefje) ik kom niet thuis lunchen vandaag. Er is kip voor vanavond. Oh, oké.

Ik: wat doe je nu?
Mamma: gewoon, ik maak een lunch klaar voor je vader.

Ik: het is nog een beetje vroeg. Weet je zeker dat hij thuis komt lunchen?
Mamma: ja, hij is boven, hij slaapt. Hij voelt zich niet zo lekker. Hij zei dat hij naar beneden komt voor soep. (Leest het briefje opnieuw) Ik kom niet thuis lunchen vandaag. Oh, maar hij zei dat hij beneden komt hoor. Hij staat gewoon laat op vanochtend.

Ik: ik denk dat pappa op kantoor is.
Mamma: ja.

Ik: laat het voerbakje van de katten maar staan waar het staat hoor.
Mamma: ik zie mijn katten niet.

Ik: ze waren net nog hier. Ze hebben hun eten en water nodig, anders krijgen ze honger.
Mamma: oh, oké. Ik heb mijn katten al dagen niet gezien. Ze lopen vaak weg.

Ik: ik zag Max net in de gang. Zet de voerbakjes niet in de woonkamer alsjeblieft.
Mamma: de katten zijn er niet meer. Ze zijn een tijd geleden doodgegaan.

Ik: mijn katten zijn hier, en ze hebben wat eten nodig. Je moet die volle voerbakjes echt niet in de eetkamer zetten!
Mamma: je vader zal wel snel thuis komen voor de lunch.

Ik: oh, hij heeft een briefje op tafel achtergelaten om te zeggen dat hij vandaag niet thuis komt lunchen.
Mamma: er ligt een broodje op het aanrecht voor hem.

Ik: ik denk niet dat pappa thuis komt lunchen. Trouwens, lunch duurt nog een paar uur. Wil jij dat broodje opeten?
Mamma: nee, dat is voor je vader.

Ik: laten we het in een zakje doen en wegleggen. Wil jij de soep?
Mamma: nee. Ik kan mijn katten niet vinden.

Ik: laat de voerbakjes daar nou staan, alsjeblieft. De katten zijn gewoon hier in huis.
Mamma: ik had katten. Ik heb geen idee wat er met ze gebeurd is.

Ik: het is nog ochtend. Laten we de rauwe kip voor het avondeten terugzetten in de koelkast.
Mamma: dat gaan we vanavond eten.

Ik: dat weet ik, maar we moeten rauwe kip niet de hele dag buiten de koelkast laten staan.
Mamma: oh, hallo Max.

Ik: zie je? Je katten zijn gewoon hier.
Mamma: (leest het briefje opnieuw) ik kom niet thuis lunchen vandaag. Er is kip voor vanavond. Oh, nou ik denk dat je vader niet thuis komt lunchen.

Ik: mam, laat die rauwe kip nou in de koelkast staan. Het is pas tien uur.
Mamma: ik moet lunch maken voor je vader.

Ik: ik denk niet dat hij thuiskomt voor de lunch.
Mamma: ik heb soep gemaakt. Ik denk dat hij zich niet lekker voelt. Slaapt hij boven?

Ik: nee, hij is op kantoor.
Mamma: ik had hem net aan de telefoon. Hij is op weg hier heen.

Ik: kijk, hij heeft een briefje achtergelaten, om je te laten weten dat hij vandaag niet thuis komt voor de lunch. Ik geloof dat hij zei dat hij een vergadering had.
Mamma: (leest het briefje opnieuw) oh, en kip voor vanavond.

Ik: doe het kattenvoer niet de koelkast alsjeblieft, de katten moeten eten.
Mamma: maar ik heb mijn katten al weken niet gezien. Ik denk dat ze weg zijn gelopen.

Ik: Max zagen we net nog.
Mamma: oh, je vader is op weg naar huis voor het avondeten.

Ik: mam, het is nog ochtend. Laat de kip in de koelkast.
Mamma: heb jij mijn katten gezien?

Ik: is er iets dat je nodig hebt vandaag?
Mamma: nee, niet echt. Het is eigenlijk nogal saai, de hele dag alleen in zo’n groot huis.

Ik: is er was die gedaan moet worden?
Mamma: ja. Er is zoveel te doen in zo’n groot huis.

Ik: laat de voerbakjes van de katten daar maar staan alsjeblieft.
Mamma: maar ik heb geen katten meer.

Ik: ik weet zeker dat we er net een zagen. Mijn katten zijn hier ook, en die moeten eten.
Mamma: oh, weet je het zeker? Ik heb mijn katten in geen tijden gezien.

Ik: Max was hier net nog, en Callie slaapt elke avond bij jou.
Mamma: je vader belde net. Hij is onderweg naar huis, voor de lunch.

Ik: het lijkt of hij een briefje voor je heeft achtergelaten.
Mamma: (leest het briefje) ik kom niet thuis lunchen vandaag. Er is kip voor vanavond. Oh, dan kan ik maar beter wat kip ontdooien.

Ik: er is al ontdooide kip in de koelkast. Die moet je daar laten liggen. Het is nog ochtend.
Mamma: ik wil een kat.

Avatar

Mariette Otten McGovern

is vertaalster, musicus en werkt als taalcoach voor Rosetta Stone. Ze woont en werkt in Florida, in de Verenigde Staten.

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top
X