Gelukkig vertrouwt hij wat ik zeg

Zijn neusspray hoef ik nu niet meer mee te vragen. Sinds vorige week is met de zorg afgesproken dat hij er standaard eentje bij zich mag dragen, en ik krijg er ook eentje voor thuis.

Blijkbaar zijn de regels hiervoor versoepeld, want voorheen moest de neusspray echt weer teruggegeven worden aan de zorg en ging die vervolgens in de medicijnenkast, achter slot en grendel.

Fijn dat het nu zo kan.

Mijn eega is down. Zegt ook bezoek van zijn zoon afgezegd te hebben, voor de zondag.

Hij bekijkt zijn warme maaltijd heel secuur, waar op zijn verzoek geen jus overheen is gegaan, maar waar hij wel jus op ziet. Ik kan hem geruststellen dat de donkere plekjes die hij aanziet voor jus, dat dat krokant gebakken korstjes zijn van het stukje vlees op zijn bord.

Gelukkig vertrouwt hij wat ik zeg.

Hij meent zondag ook weer een epileptische aanval te hebben gehad, al heb ik daar zelf geen bericht over ontvangen van de zorg.

Om te voorkomen dat er sigaretten en koekjes uit zijn kamer worden gestolen, heeft hij nu een deurzender om zijn nek hangen, zodat hij zijn deur achter zich dicht kan doen als hij zijn kamer verlaat.

Niet helemaal een waterdicht systeem, want ik merk zelf dat hij er niet altijd aan denkt om de deur dicht te doen als hij zijn kamer verlaat, en de zorg bevestigt dit ook.

Er is daarvoor een plakkaat met tekst naast zijn deur gehangen, voor de medewerkers, dat als zij zijn deur open zien terwijl hij er niet is, dat zij hem dan dichtdoen.

Op deze manier is de grijpkans voor de dief in elk geval beperkt.

Woensdagochtend moet ik voor mijn doen heel vroeg opstaan, want om 07.00u komt een schilder om het plafond te witten, in verband met de lekkageplekken die zijn ontstaan nadat bij een bovenbewoner de boiler van de muur was gekomen, waardoor water in alle onderliggende appartementen was gelopen, waaronder de mijne.

Ik had nog geprotesteerd tegen het vroege tijdstip, want werkmensen beginnen hier nooit voor 08.00u in het complex, maar helaas geen pardon: “Onze schilders beginnen om 07.00u.”, werd mij gezegd.

Vroeg opgestaan voor een schilder die vervolgens niet komt opdagen. Ik baal dubbel.

De firma zelf is pas om 09.00u telefonisch bereikbaar, en als ik dan opbel, krijg ik te horen dat er “gedoe” schijnt te zijn, en dat ik later zal worden teruggebeld, wat niet gebeurt, dus bel ik later op de dag zelf maar weer.

De telefoon wordt niet opgenomen, dus stuur ik maar een mail.

Ik krijg een “lege” mail terug, en ik pak dan de telefoon maar weer.

De telefonist zegt dat ze mij had proberen te bellen, maar dat ik in gesprek was.

Ja, hoor, met wie dan? Ik weet van niks.

Ik zal vandaag of morgen worden teruggebeld voor een nieuwe afspraak met de schilder.

Daarvoor in de plaats krijg ik mail dat een datum voor de schilder nog zal volgen.

Vrijdag arriveert mijn eega weer met de taxi, zoals gewoonlijk, en hij ziet eruit als een zielig hoopje mens, nog schever weggezakt in de rolstoel als hij normaal al kan doen.

Hij heeft ook weinig gebeld tussendoor.

Zijn wereld is helemaal ingestort omdat hij nooit meer zal kunnen lopen, zegt hij, maar hij zegt er ook bij dat hij niet bij de pakken neer gaat zitten, want daar is hij het figuur niet voor.

Ik leg mijn voet op zijn been. Hij wordt daar rustig van.

Hij kijkt naar zijn linkerhand, die hij vervolgens vastpakt en op mijn voet legt.

Normaal gesproken glijdt die hand er met dezelfde vaart weer vanaf, of er ontstaat een “wurggreep”, zoals hij dat zelf benoemt.

Zijn hand blijft nu goed en ontspannen liggen op mijn voet, en ik ben blij voor hem met dit lichtpuntje.

Volgens hem gaat hij opnieuw botox injecties krijgen in die hand. Zijn hoop is nu gevestigd op gebruik van zijn hand..dan heeft hij toch nog iets..

We gaan daarna naar de snackbar, waar hij vervolgens tijdens het eten heel erg moet hoesten, proesten en snotteren, wat hij wel vaker heeft met het eten, maar hier tussen de andere mensen voelt dat toch wat ongemakkelijk, al zeg ik er niks van, want dat wil ik hem niet aandoen.

Zelf wilde hij graag bij de snackbar eten, omdat ik er dan thuis niet de “rotzooi” van zou hebben, maar dit is zo toch ook niet zo geslaagd. Uiteraard ruim ik alles netjes op.

Hij heeft veel pijn in zijn aangedane kant, en ik geef hem er paracetamol voor.

De taxi komt een half uur te vroeg, maar vanwege zijn pijn komt dat nu wel goed uit.

‘s Nachts in bed voel ik mijn ribben weer, door het duwen van de rolstoel over de hobbels in de weg, waar ik niet altijd langs kan gaan, en er schiet dusdanige kramp in mijn kuit dat ik ervoor uit bed moet gaan.

Het hele weekend heb ik eigenlijk nodig om bij te komen, zowel psychisch als lichamelijk, en ik isoleer mijzelf voor bezoek. Wel ga ik wandelen, dat doet me altijd goed.

 

 

 

 

 

 

Mayke de Vries is na een carrière in de zorgsector nu vooral mantelzorger voor haar partner, die helaas na een grote hersenbloeding in oktober 2019 in een zorginstelling kwam te wonen. Zij schrijft op Mantelzorgelijk over de veranderingen in hun leven.

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top