Gelezen: gesprek tussen In voor Mantelzorg en staatssecretaris van Rijn

gelezen2Het nieuwe zorgsysteem leunt sterk op Mantelzorgers. Daarom zet de hele zorgsector in op het bereiken, ondersteunen en tevreden houden van de mensen die voor een dierbare zorgen. Maar hoe doe je dat? De organisatie ‘In voor Mantelzorg’ probeert het via een programma voor zorgprofessionals. De zorgaanbieders en instellingen krijgen tips en workshops aangeboden – hoe om te gaan met Mantelzorgers. Begin van de week had ‘In voor Mantelzorg’ een gesprek met staatssecretaris Martin van Rijn. Lees hier het verslag van die bijeenkomst.

Samenwerking tussen professional en mantelzorger voorwaarde voor succesvolle toekomst langdurige zorg

Het lukt alleen samen, was de kernboodschap die staatssecretaris Martin van Rijn gaf tijdens de bijeenkomst van In voor Mantelzorg, 2 maart 2015 in Driebergen. Hij was daar om in een rondetafelgesprek met mensen uit alle geledingen van de zorg in te gaan op de vraag hoe in de veranderende langdurige zorg de positie van de mantelzorger het best kan worden geborgd. 

‘Al snel na mijn aantreden als staatssecretaris ben ik mij in de positie van de mantelzorger gaan verdiepen’, vertelde Van Rijn. ‘Toen ik aangaf dat ik die positie wilde versterken, kreeg ik te horen: heel goed, maar gaat de mantelzorger daarmee niet deels de positie van de professional overnemen? Dat is natuurlijk niet de bedoeling. De professional en de mantelzorger hebben elkaar nodig. Een succesvolle toekomst voor de langdurige zorg is van die samenwerking afhankelijk.’

In voor Mantelzorg heeft hierbij erg geholpen, maar het is een proces dat veel aandacht vergt, ook om professionals de stap van “zorgen voor naar zorgen dat” met succes te laten zetten.

Staatssecretaris Van Rijn

Van Rijn wilde weten wat daarin het moeilijkst was. Niet meer vanuit systemen en regels praten, luidde het antwoord, maar vanuit vakmanschap en professionaliteit. Dit staat feitelijk in alle geledingen van de zorg centraal. Uitgaan van mogelijkheden van cliënten in plaats van beperkingen dus. Maar ook: je als professional niet laten beperken door – al dan niet denkbeeldige – regels. Primair uitgaan van wat de cliënt nodig heeft en wat de professional en de mantelzorger kunnen bijdragen om dat te bewerkstelligen.

‘Dat klinkt allemaal zo logisch als je het zo hoort’, zei Van Rijn. ‘Waarom is het in de praktijk dan zo moeilijk?’ Het grootste probleem blijkt dat professionals toch nog sterk geneigd zijn om zorgdomeinen en problemen centraal te stellen in plaats van de cliënt. ‘Is dat een kwestie van houding of van opleiding?’ wilde Van Rijn weten. Die opleiding speelt zeker een rol, zo bleek. Het samenspel tussen professional en mantelzorger krijgt daarin nog nauwelijks aandacht. De medewerkers willen wel samenwerken met de mantelzorgers, maar dit voelt nog onwennig voor ze. Toch moet de relatie tussen de professional, de cliënt en de mantelzorger veel meer centraal komen te staan, was de overtuiging van alle deelnemers aan de eerste gespreksronde.

Allemaal zijn ze betrokken bij projecten die hierop gericht zijn. Maar het zou wel goed zijn als die wat meer ruimte zouden krijgen, merkte een van hen op. In voor Mantelzorg is een waardevol traject, maar een jaar is kort. Het proces om de samenwerking meer vorm te geven, vergt een cultuuromslag en daarbij heeft ondersteuning vanuit VWS impact. Projectleiders In voor Mantelzorg delen ervaringen

In het tweede deel van het rondetafelgesprek stond Van Rijn tegenover professionals uit de gehandicaptenzorg, de GGz, de geriatrische revalidatie en de ziekenhuiszorg. Waar die laatste twee veelal slechts een kortdurende relatie hebben met de cliënt, is in de gehandicaptenzorg en de GGz juist sprake van een jarenlange relatie. De mantelzorgers zijn hierin (ex-)partners, ouders of kinderen van de cliënt. In het verleden werd die cliënt bij de instelling afgeleverd en mochten die familieleden de eerste zes weken geen contact hebben – om de onthechting te bewerkstelligen, zoals iemand het uitdrukte – en nu is het juist de bedoeling dit contact structureel te verankeren. Een verandering ten goede, stelde een van de gespreksdeelnemers, omdat die aansluit bij de huidige tijdgeest.

Is er dan ook al overeenstemming over wat dit contact moet opleveren, of lopen de belangen van de professionals en mantelzorgers uiteen?’, wilde Van Rijn weten. Het antwoord maakte duidelijk dat van domeinstrijd geen sprake is, voor beide partijen staat het welzijn van de cliënt voorop. Maar er was ook een waarschuwing: mantelzorgers zijn heel verschillend in wat ze kunnen en willen betekenen voor cliënten. Er is daarom geen one size fits all en dat maakt het verkenningstraject voor samenwerking heel intensief.

Van Rijn vroeg wat dit vergt van organisaties. Dat ze zorgen dat de mantelzorgers meer ruimte krijgen, was het antwoord, maar het is soms nodig bestaande regels te omzeilen om dit te kunnen doen. De professionals in de geriatrische revalidatie zouden bijvoorbeeld graag al contact met de cliënt willen hebben als die nog in het ziekenhuis verblijft. Maar dit is financieel niet mogelijk zonder een nieuwe DBC te openen, dus omzeilen de professionals nu de formele structuren maar om dit vroege contact niet onnodig moeilijk te maken.

Toch kan “schotten in de financiering” ook worden ingezet als joker om iets anders te maskeren. Schroom bijvoorbeeld. De professionals in de ziekenhuizen beseffen dat de mantelzorger een belangrijke schakel is om de cliënt na diens ontslag te helpen bij het herstel van zijn autonomie, maar schromen nog om de mantelzorger hierop aan te spreken. Staatssecretaris Van RijnToch is het essentieel dat dit gebeurt. Ook is het belangrijk dat revalidatiecentra de mantelzorger helpen om de zorg voor de cliënt op zich te nemen als die na de revalidatie weer thuiskomt. En de huisarts kan een rol spelen om mensen bij beginnende kwetsbaarheid voor te bereiden op wat er bij toenemende kwetsbaarheid op cliënten en mantelzorgers afkomt.

Zo passeerde het ene na het andere idee voor versterking van de samenwerking tussen professionals en mantelzorgers de revue. Van Rijn was er duidelijk gecharmeerd van. ‘Het is mooi om te zien hoe zo’n kort debat al direct de kern raakt’, zei hij afsluitend. ‘In het licht van alle veranderingen die zich in de langdurige zorg afspelen is het logisch dat we het zo nadrukkelijk over samenwerking hebben, en mooi om te zien dat die al op zoveel manieren vorm begint te krijgen over de grenzen van alle geledingen in de zorg heen. De kern hierbij is niet te denken in termen van richtlijnen en protocollen, maar van de individuele cliëntbehoefte. Minder in systemen en meer in mensen denken dus. Dat is moeilijk, want je zet daarmee de zekerheden opzij die de richtlijnen en protocollen bieden. Maar het is de enige manier om te waarborgen dat we nu en in de toekomst de goede zorg kunnen blijven bieden. Als ik daarbij kijk wat ik kan doen om te zorgen dat de financiering en regelgeving zo weinig mogelijk in de weg zitten, hoop ik dat jullie mij willen helpen om de goede verhalen over het voetlicht te brengen. Ik heb jullie daarbij heel hard nodig.’

Bron: invoormantelzorg.nl 

In voor Mantelzorg is een programma voor zorgorganisaties die willen werken aan een betere ondersteuning van en een betere samenwerking met mantelzorgers. In voor Mantelzorg biedt zorgorganisaties innovatietrajecten op maat en verspreidt de hierin ontwikkelde kennis. Innovatie en implementatie staan centraal. De uitvoering is in handen van Vilans en Movisie. Het ministerie van VWS financiert het programma. 

In voor Mantelzorg richt zich op zorgaanbieders in de ouderen- en gehandicaptenzorg, geestelijke gezondheidszorg, ziekenhuizen en revalidatiecentra, thuiszorg en eerstelijnszorg. 

is journalist, netwerkbouwer, trainer en vertaler. Zij werkt in Nederland en Duitsland op het gebied van media, politiek en zorg.

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Back To Top