
Geduld bewaren
Met veel bewondering en respect volg ik de mantelzorgers die (dagelijks) vele zorgtaken verrichten voor hun dierbare. Zelf heb ik dit jarenlang gedaan, met liefde, maar toch.
Terugkijkend is het telkens geduld bewaren bij al mijn zorgtaken, terwijl ik doodmoe was, een van mijn grootste uitdagingen geweest. Hierna lees je een flard uit mijn tweede boek.
In een helder moment zei mijn moeder mij ineens: “Jij bent ook niet altijd gemakkelijk!” De aanleiding hiervoor was dat ik, achteraf gezien, een domme poging had gedaan om mijn moeder een standje te geven. Zij had mij kritiek gegeven op mijn ietwat verwaarloosde (klus)kleding, terwijl ik mantelzorgtaken in haar appartement te gehaast deed. Ik had gezien hoe zij mij vanaf haar troon – oftewel: haar vaste plek in de sta-opstoel – met haar ogen volgde. Met haar mondhoeken voortdurend naar beneden. Ik verzorgde met het zweet op de rug in een kamertemperatuur van 23.5 graden de planten, kookte eieren en verzamelde veel vuile en vieze kleding in een waszak om mee naar huis te nemen. Op dat moment kon ik haar opmerking er niet bij hebben: “Het koper moet ook nodig gepoetst worden.”
Gelukkig maar dat zowel mijn moeder als ik zijn vergeten wat ik precies heb gezegd. Ik heb er moeite voor gedaan, maar ik vond het geen ramp dat koperpoets niet meer in de supermarkten te koop is.
Het claimende gedrag van mama maakte wel dat ik haar soms zo verfoeide dat ik buikpijn en een schuldgevoel kreeg als mensen mij zeiden: “Oh, wat fijn dat jij je moeder nog hebt, dat jullie dicht bij elkaar wonen en veel van elkaar kunnen genieten.” Ik knikte dan braaf ja, terwijl ik vaak dacht: je mag haar hebben, ingepakt met een strik eromheen.
Maar goed, ik ben na het overlijden van haar zus de enige persoon geweest die vele keren per week bij mijn moeder is blijven komen. Als haar enige dochter, hoofd-mantelzorger en particuliere zorgcoördinator.
Verschillende taken verrichtte ik niet alleen uit zorgplicht, maar ook uit liefde. Ondanks haar sikkeneurige uitingen naar andere mensen toe – waaronder naar mij – ben ik wel van mama blijven houden. Ik weet zeker dat dat omgekeerd ook geldt. Dat voelde ik.
Ik bedacht thuis vaak dat ik weer een middagje ouderenpsychiatrie had meegemaakt. Dan hield ik mezelf op de been met de wetenschap dat elk gedrag een achtergrond kent. Dus ook het gedrag van mijn moeder. Mijn moeder is niet geboren zoals zij is, zij is zo geworden. Waardoor en wanneer haar grillige gedrag precies is ontstaan, blijft zonder psychiatrisch onderzoek giswerk.
Uit: Van goeden huize maar emotioneel verwaarloosd; taboedoorbreking binnen de ouderenzorg (2024)
Uitgeverij BoekenGilde, dit boek is overal verkrijgbaar.
Comments (0)