skip to Main Content

Gedachten..

Ik zit er aardig doorheen. Door het continue opvangen van zijn moedeloosheid, het omgaan met zijn argwaan, het praktisch en emotioneel op mezelf aangewezen zijn.

Mijn tranen zitten hoog en ik voel mij teruggeworpen in de tijd.

Met de maatschappelijk werker die ik toevallig op de gang tegen kom, heb ik even een fijn gesprek.  Ze blijkt net bij hem te zijn geweest, maar daarover vertelt hij niet, en zij ook niet.  Ik hoor dat later van de zorg coördinator.

Wat ze samen besproken hebben, weet ik niet.

Hij lijkt gerustgesteld te zijn dat er inderdaad niemand anders naast mij op de bank zit, maar vervolgens is hij weer bang dat ik een punt achter de relatie wil zetten, omdat hij in mijn houding of gedrag ook altijd zoekt naar aanwijzingen daarvoor, en we weten het allemaal, als je zoekt dan vind je ook.

Even wat minder aandacht, even niet opletten, even iets niet horen of niet goed begrijpen, en ja hoor: bingo.

Ik probeer altijd rustig te blijven, maar ook de verpleging treedt weleens tegen hem op als hij het te bont maakt en ik zie mijzelf nu ook gedwongen hem even stevig toe te spreken.

Ik zeg dat ik gek word van zijn argwaan en dat hij ermee op moet houden, want op deze manier hebben we allebei geen leven.

Als ik thuis ben belt hij mij op, nadat hij hiervoor dagenlang niks van zich heeft laten horen, alsof hij zichzelf gerust wil stellen dat ik de telefoon nog gewoon beantwoord en dat het allemaal toch oké is.

Ik licht de verpleging in, al kunnen ze er niet daadwerkelijk iets mee, maar dan weten ze wel wat er speelt.

De basisemotie achter zijn wantrouwen is angst, dat weet ik ook, en dat blijkt uit een volgend voorval, als hij een verhaal over vroeger vertelt waarin hij zijn zoon met zijn broer verwart, ontdek ik, en hij daardoor zelf de conclusie trekt dat hij “slechter” wordt en dus meer risico loopt dat ik hem zal verlaten, voor zijn gevoel.

Ik geef hem een geruststellende knuffel, maar kan vervolgens mijn eigen tranen niet tegenhouden, helemaal murw door die voortdurende “aanslagen” op mijn psyche.

Hij belt mij thuis op. Toch wel geschrokken van mijn tranen, en hij zegt dat hij mij niet overstuur wil maken, maar dat hij zo bang is.

Ik benadruk nog eens dat hij het “los moet laten”, al weet ik dat het makkelijker gezegd is dan gedaan, net zoals gesprekken oppervlakkig houden.

Zaterdag is hij weer een paar uurtjes thuis.

Na een half uur zie ik dat zijn broek helemaal doorweekt is, dus het materiaal wat hem hiertegen moest beschermen heeft het af laten weten.

Wat nu. Hij zegt dat het op kan drogen, maar dit is té erg.

Omdat zijn sta functie toch wat is verbeterd, hij zijn linkerarm en hand enigszins kan gebruiken, besluiten we het er samen op te wagen om hem bij het aanrecht te verschonen.

Ik zet de rolstoel voor de gootsteen zodat hij zich aan de rand met beide handen kan optrekken en zich even staande kan houden en ik ga aan zijn zwakke kant staan, tegen het omvallen.

Vraag niet hoe, maar het lukt. Gelukkig heb ik hier nog (schone) kleding voor hem liggen.

We zijn daarna samen toch trots dat we de klus geklaard hebben.

Blij dat hij geen uren in de nattigheid heeft hoeven zitten.

Uiteraard licht ik wel de afdeling hierover in.

De bedoeling is op de zaterdagen samen een paar gezellige uurtjes door te brengen, en deze verschoning is natuurlijk niet leuk.

Ik krijg er reactie op terug dat ze hier weer even een aandachtspuntje van gaan maken, en dat is fijn.

 

 

 

 

Mayke de Vries

Mayke de Vries

Mayke de Vries is na een carrière in de zorgsector nu vooral mantelzorger voor haar partner, die helaas na een grote hersenbloeding in oktober 2019 in een zorginstelling kwam te wonen. Zij schrijft op Mantelzorgelijk over de veranderingen in hun leven.

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top
X