Gastblog – Frits Otten

Foto: Claudia Otten

De val

Misschien is het niet het meest ideale moment om vanuit Den Haag naar Arnhem te rijden: vrijdagmiddag is het altijd druk op de snelweg. Vandaag is het extra druk, veel regen en ongelukken. Veel later dan gepland loop ik het verzorgingshuis in waar mijn vader woont, en met een paar klikken sta ik in zijn kamer. Het is half zes, er kruipt een lekkere geur uit de keuken en iedereen zit al aan tafel. Mijn vader krijgt hulp bij het opstaan. Die routine is er nog steeds, en hij krijgt nu af en toe extra hulp: broek netjes aan, hemd in de broek, trui eroverheen en als sluitstuk een kam door zijn haar. Ik sta in de deuropening waar hij langzaam naartoe schuifelt. ‘Ben je daar weer?’ vraagt hij verrast… ‘Zeker Pap, maar deze keer ben ik uit Zwitserland gekomen..’

Hij denkt even na. ‘Frits, wat leuk zeg’ klinkt het opgewekt, en samen schuifelen wij naar de tafel. ‘Wat leuk dat je er bent zeg!’ en hij gaat aan tafel zitten. Ik heb het idee dat iedereen even op hem gewacht heeft want rap verschijnt het eten en ik stap even naar achteren. Regelmatig draait hij zich om, alsof hij wil vaststellen dat ik er nog echt ben. ‘Ik ga niet weg hoor’ zeg ik geruststellend. Vis vandaag, uit de frituur met groente en verschillende sauzen. Als ik over ‘tafeltje dekje’ begin kijkt hij mij glazig aan. ‘Tafeltje dekje?’ lijkt hij te zeggen en dan is het eten op zijn bord weer even belangrijk.

Dit blog gaat over mantelzorg: ik lees de verhalen graag. De afgelopen jaren heb ik met heel veel plezier om de twee of drie weken mijn vader verzorgd. Eigenlijk klopt dat niet: de goede man kreeg al enorm veel zorg, en in het weekend was ik er dan, of één van mijn broers. Sinds augustus 2015 is de situatie veranderd. Mijn vader woont niet meer thuis, maar deelt met andere bewoners een etage in het statige Velp (naast Arnhem). Het moet een enorme stap geweest zijn voor hem. En ergens denk ik dat wij – de kinderen, met partners – met enorm veel tegenzin toch de juiste beslissing gemaakt hebben. In dit huis ontbreekt het hem aan niets, maar naar buiten mag hij alleen met begeleiding, niet meer alleen. Veel mantelzorg is er voor mij niet meer te geven, maar de aandacht blijft natuurlijk wel. Als ik een moment heb dat ik even wat langer in Nederland kan zijn, dan gebruik ik dat om ook bij mijn vader langs te gaan.

Dan is er ineens een telefoontje: mijn vader is gevallen, heup gebroken en opgenomen in een ziekenhuis in Arnhem. Inez de partner van mijn jongste broer is er het eerste bij, ik kom twee uur later binnen. De spoedeisende hulp nodigt niet uit om lang te blijven, maar er is nog onderzoek gaande. Hij heeft niet veel pijn, krijgt veel aandacht en tussendoor luisteren wij samen naar muziek. Hij drijft langzaam weg op muziek van o.a. Ravel (Daphnis et Chloé, Lever du jour) en stukken uit de Haydn variaties van Brahms (piano).  “Want wie speelde dat ook alweer Pappa, weet je dat nog?” vraag ik. Hij komt er niet (meer) op en misschien is het wel een herinnering die ik zelf koester: mijn grootvader op de zwarte Steinway vleugel boven, mijn moeder op de Bechstein vleugel die onder de vide stond. Volgens mij studeerde ze die stukken nooit, en waren het vooral studiemomenten. Studie of niet, altijd met een lach en veel gezelligheid. Met Borodin is het meteen raak “Polovetser Dansen” fluistert hij zacht, met zijn handen dirigeert hij voorzichtig mee. Het is meteen opereren, dan heeft hij minder pijn. Mijn broers zijn betrokken via telefoon en WhatsApp. Opmerkelijk hoe snel vooral die laatste techniek iedereen die betrokken is laat meekijken met de diagnose van de arts en foto’s razendsnel de hele wereld overbrengt. Net voordat hij klaar is voor de operatie moet ik terug: via Zoetermeer naar Zurich. Voordat mijn vader de operatiekamer ingaat is mijn andere broer in Arnhem aangekomen, met zijn kinderen. Als ik in het vliegtuig stap is de operatie gestart.

“Het is geen bezoekuur nu” zegt een verpleegkundige streng als ik vrijdag, bijna een week later, het ziekenhuis binnenkom. Ik verontschuldig mij en leg uit dat ik net uit Zwitserland ben aangekomen en direct met de trein naar Arnhem ben gereisd om mijn vader toch zo snel als ik kan weer te zien. Als ik hem zie, zit hij ingeklemd tussen twee verpleegkundigen: na een heupoperatie is het zaak zo snel mogelijk weer te gaan lopen. Dat laatste was de afgelopen maanden al wel een beetje een uitdaging geworden, maar nu is het even helemaal niets meer. Ik doe een stap naar achteren en besluit het proces even te laten zoals het is: ik stem af wanneer hij klaar is zodat ik even rustig bij mijn vader kan zijn. Beneden vergaap ik mij aan het ziekenhuis anno 2016: verse broodjes, koffie, verse sapjes en nog veel meer… in z’n micro opstelling doet dit restaurant beslist niet onder voor Dudok in Rotterdam (daar kom ik graag, vandaar de vergelijking). Als ik later boven kom zit mijn vader in een stoel. “Hoe gaat het met je, Pappa?” vraag ik. “…er is iets gebeurd geloof, ik. Een situatie, maar kan jij mij daar iets meer over vertellen?” Mijn vader heeft veel last gehad van de narcose die ze hem gegeven hebben. Hoe beperkt ook (ruggenprik en een roesje), bij patiënten met Alzheimer kan dat toch flinke gevolgen hebben. Tijdelijk of niet, het is heel lastig om dat te zien. Mijn broers en hun partners hebben de afgelopen week alles in het werk gezet om zoveel mogelijk bij hem te zijn. Na de operatie heeft hij veel last gehad van een delier (delirium). Mijn vader was verward en zag dingen die hij wel, maar wij niet zagen. Voor mij zit nu een vent van 92 die niet goed weet wat er allemaal aan de hand is: dus ga ik terug naar zijn val (uit bed) vorige week (“Oh, ja…” zegt hij), en het ziekenhuis (“met Inez” onderbreekt hij mij). Ik leg hem uit dat hij een operatie heeft ondergaan en binnenkort weer de marathon kan gaan lopen. Het ontgaat hem helemaal. “Frits, kun je nog even uitleggen wat er aan de hand is” vraagt hij terwijl ik hem vla met wat verpulverde medicijnen geef. “Lekker” zegt hij. Het is voor het eerst heel moeilijk om dit te zien. Ik roep de hulp in van mijn moeder die in 2011 is overleden. Mijn moeder is No.4 in F Majeur (Slavische Dansen van Antonin Dvorak). Met deze muziek zie ik haar meteen weer achter de vleugel, met mijn grootvader. “Mooi” zegt mijn vader. “Russisch?”. “Bijna” zeg ik, “Tsjechisch, Dvorak”. “Is daar niet iets mee?”. “Ja Pappa, daar is Mamma geboren” zeg ik zacht en samen luisteren wij verder.

Kort voor twee uur schiet ik de trein in, naar Den Haag. Wij hebben een beetje gepraat, veel geluisterd en zijn vooral bij elkaar geweest. Hij zal het al wel weer vergeten zijn, maar ik niet. Buiten maakt de bosrijke omgeving van Gelderland en de Utrechtse Heuvelrug plaats voor de uitgestrektheid van de polder. Op mijn hoofdtelefoon het lied Die Forelle van Schubert, de trein meandert door het laagland van Zuid Holland, ik ben bijna weer thuis.

Mede oprichter en vaste fotograaf van mantelzorgelijk. Woont en werkt in Amsterdam

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top