skip to Main Content

FTD en kinderen – emoties die andere kinderen niet hebben

Ondanks het feit dat jij, andere familieleden en vrienden de kinderen alle liefde en steun geven, voelen veel kinderen die een ouder met FTD hebben zich anders dan hun leeftijdsgenoten. Ze kunnen zich geïsoleerd voelen, want ze kunnen ervan overtuigd zijn dat geen van hun vrienden of vriendinnen het echt begrijpt, of voelt wat zij voelen. Uitleggen hoe de situatie thuis is kan moeilijk zijn, en hun vrienden zijn vaak te jong om te weten hoe ze moeten reageren. Verwachten dat een ander kind de juiste steun kan geven is teveel gevraagd.

Kinderen zijn vaak erg opmerkzaam. Ze weten wanneer iemand de familie vermijdt en ze zien en voelen dat mensen zich ongemakkelijk voelen en eigenlijk geen bezorgdheid tonen over hun thuissituatie. Ze kunnen denken dat het die mensen gewoon niet veel kan schelen en dat wakkert hun boosheid, verdriet en verwarring alleen maar aan.

Laat je kinderen weten dat jij je bewust bent van het feit dat iedereen in de familie met moeilijke emoties heeft te maken. Herinner hen (en jezelf) eraan dat de stress door de FTD wordt veroorzaakt, en niet door de zieke ouder zelf. Niemand heeft hiervoor gekozen.

Realiseer je dat verdriet vaak voorkomt, maar woede ook, zowel bij jou als je kinderen. Het is normaal.

Het is gebruikelijk dat kinderen zich voor hun ouders schamen, zeker tijdens de puberteit. Als een ouder FTD heeft, worden deze gevoelens alleen maar sterker. In plaats van te willen pronken met, of opscheppen over hun ouder, kan het zijn dat je kind zijn vader of moeder uit alle macht probeert te vermijden. Wees op de hoogte van situaties die hen in verlegenheid brengen en probeer die uit de weg te gaan.

Speciale gelegenheden zoals Moederdag of Vaderdag kunnen lastig zijn. Andere kinderen van hun leeftijd maken plannen en kopen cadeautjes voor hun ouder. De FTD ouder is zich vaak niet bewust van de speciale gelegenheid en zelfs als dat wel het geval is, kan het ze soms gewoon niet schelen. Op dat soort dagen zou je voor jouw en de kinderen je eigen, aangepaste plan kunnen maken.

Zorg dat er een “veilige” plaats is waar je kinderen naar toe kunnen. Kinderen voelen zich vaak het meest op hun gemak in hun eigen huis, maar als een ouder FTD heeft, kan het op den duur gebeuren dat ze liever niet thuis willen zijn. Ze kunnen thuis zien als een plaats waar conflict heerst of waar het simpelweg te “onvoorspelbaar” is (of voorspelbaar in de slechte zin van het woord). Wees ervan bewust dat je kinderen deze gevoelens kunnen krijgen en maak een plan. De veilige plaats kan het huis van een vriend of vriendin zijn of van een familielid. Probeer ook wat veilige activiteiten buitenshuis te vinden waarbij een volwassene toezicht houdt, zoals een sportclub of een vakantiekamp als dat (financieel) mogelijk is.

Begeleid je kinderen bij de manier waarop ze informatie over de ziekte met bijvoorbeeld vrienden of leraren delen. Help ze met de antwoorden op specifieke vragen die ze kunnen verwachten. Een veelvoorkomende vraag van andere kinderen is “kan jij/ik het ook krijgen?” Leer je kinderen hoe ze anderen duidelijk kunnen maken dat de ziekte niet besmettelijk is. Als kinderen door dit soort gebeurtenissen in het leven uit hun comfortzone worden gehaald, kunnen ze van streek raken als ze proberen om vragen over hun zieke ouder te beantwoorden. Laat hen weten dat het okay is om te zeggen “daar wil ik nu liever niet over praten.”

Kinderen hebben het nodig om geprezen te worden, en niemand is daar beter in dan een ouder. Als jij de enige ouder bent die dat kan doen, prijs je kinderen dan nog wat vaker. Laat ze weten dat ze het goed doen.

Kinderen kunnen echt bang worden als jijzelf ook ziek wordt, iets dat vanzelfsprekend kan gebeuren, ook al is het maar een griepje. Het is handig om van te voren een plan te maken, zodat iedereen weet wat te doen in zo’n geval: wie zorgt er voor de kinderen of waar kunnen ze tijdelijk logeren?

Als je kinderen niet veel verschillen in leeftijd, kunnen ze elkaar vaak enorm steunen. Al er echter maar een kind is of als de kinderen qua leeftijd ver uit elkaar liggen, kunnen zij zich erg geïsoleerd voelen. Probeer samen met hen om iemand te vinden bij wie ze zich op hun gemak voelen en waarmee ze kunnen praten over de ziekte.

Probeer zelf om je kinderen niet teveel in vertrouwen te nemen wat betreft de ziekte, de hele situatie en je eigen gevoelens. Zoek je eigen (volwassen) vertrouwenspersonen.

De academische en sociale aspecten van school zijn uitermate belangrijk in het leven van een kind. Praat met de docenten en het hoofd van de school zodat ze op de hoogte zijn van de situatie. Het zou fijn zijn als ook docenten en leraren zich enigszins konden verdiepen in deze ziekte, zodat ze beter kunnen omgaan met kinderen die thuis een ouder met FTD hebben.

Wees niet verbaasd als de kinderen op een bepaald moment het liefst de ouder met FTD het huis zien verlaten. Het wordt simpelweg te moeilijk voor hen om constant samen met die ouder in huis te zijn. Als de ouder met FTD uiteindelijk naar een verpleeghuis gaat, gebeurt het vaak dat de kinderen hem of haar daar niet willen bezoeken. Ze voelden zich thuis al ongemakkelijk bij de patiënt en in een dergelijke leefomgeving wordt dat gevoel alleen maar versterkt. Dwing je kinderen niet om te gaan.

Kinderen van alle leeftijden moeten zich veilig voelen om hun gedachten en gevoelens over de veranderingen in de familie te kunnen uiten. Laat je kinderen merken dat je echt naar ze luistert, en toon veel genegenheid (knuffels) wanneer ze jou vertrouwen met hun gevoelens. De kans bestaat dat jij en je kinderen een sterkere band ontwikkelen omdat jullie dit samen doormaken.

bron: http://theaftd.org/

is vertaalster, musicus en werkt als taalcoach voor Rosetta Stone. Ze woont en werkt in Florida, in de Verenigde Staten.

Mariette Otten McGovern

is vertaalster, musicus en werkt als taalcoach voor Rosetta Stone. Ze woont en werkt in Florida, in de Verenigde Staten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top
X