Fris bloed laat de activiteit weer stromen..

Vrijdagochtend hoor ik van de zorg dat mijn echtgenoot ‘s nachts een zware epileptische aanval heeft gehad, en dat die zelfs tweemaal gecoupeerd moest worden.

‘s Ochtends wilde hij toch persé naar de werkplaats.

Dat begrijp ik wel, want de werkplaats is een belangrijk “lichtje” in zijn bestaan daar.

Ook de zorg heeft achteruitgang bij hem opgemerkt, en het voorstel van de ergotherapeut is om voortaan de passieve tillift te gaan gebruiken bij zijn transfers, in plaats van de actieve sta lift die hij tot nu toe daarvoor had.

Oef… dat is wel een harde confrontatie en bevestiging van de achteruitgang.

Ik protesteer er niet tegen, ook al weet ik dat mijn echtgenoot het waarschijnlijk heel erg gaat vinden om weer een stukje in te leveren, maar de zorg en de ergotherapeut gaan over zijn veiligheid en gezondheid daar, en ik vind het geen raar en onlogisch voorstel, gezien zijn conditie.

Ik krijg de vraag of ik erbij wil zijn als de ergotherapeut de kwestie met mijn echtgenoot gaat bespreken.

Vanuit het verleden heb ik hier geen goede ervaringen mee, want mijn echtgenoot zag zoiets dan als een complot tegen hem, waar ik dan ook nog deel vanuit maakte, en dus was ik “medeplichtig” in zijn ogen.

Ik kreeg daarna de wind van voren.

Of hij nu nog zo zal reageren, dat weet ik niet, maar hij zal ongetwijfeld niet blij zijn met deze aanpassing, ook al is het voor zijn bestwil.

Ik zal er dus niet bij zijn, geef ik aan, maar dan kan ik hem wel naderhand “opvangen”, indien nodig.

Op dinsdag is er voor de derde keer een vervangende begeleider, wegens vakantie, en ik zie deze voor de tweede keer, dus we kennen elkaar inmiddels een beetje.

Hij vraagt mij of we naar buiten zouden kunnen gaan, met de groep.

Ik meng mij nooit in discussies die eventueel ontstaan rond deze vraag, maar als een begeleider mij speciaal om mijn mening vraagt, dan geef ik die graag.

De activiteit is er speciaal voor opgericht om bewoners die niet zelfstandig naar buiten kunnen, de mogelijkheid te bieden om met deze groep naar buiten te gaan.

Het wil weleens gebeuren dat vrijwilligers of bewoners protesteren bij deze vraag, wegens het weer, en in geval van twijfel wordt dan meestal besloten om binnen te blijven, waar ik het niet altijd mee eens ben.

Als het steenkoud is of bloedheet, of het regent pijpenstelen, of je zou door hevige storm van de weg geblazen worden, ja, dan vind ik het logisch om binnen te blijven, maar vaak vind ik dat het best had gekund.

We blijven dan binnen, kijken naar videootjes en dergelijke, maar dat is toch wel slaapverwekkend als dat twee uur lang doorgaat, en dat merk je aan sommige bewoners, waaronder mijn eega, die dan in slaap sukkelt, en zelf moet ik dan ook wel moeite doen om wakker te blijven.

Ik ben dus blij vandaag met de vraag speciaal aan mij gericht of we naar buiten kunnen, en ik zeg daar “ja” tegen, want oké, het is warm, maar er staat ook een koel briesje, en het is best uit te houden.

De begeleider is het met mij eens.

Er zijn twee bewoners die niet goed tegen de warmte kunnen, en hij had al afgesproken dat deze mensen dan niet mee naar buiten gaan, in plaats van dat we vanwege deze twee mensen binnen zouden moeten blijven.

Hier ben ik het helemaal mee eens.

Natuurlijk moet je rekening houden met de zwakkere bewoners, maar het doel van deze groep moet ook niet uit het oog verloren worden, en mag dan doorslaggevend zijn, naar mijn mening.

Ik zeg dit tegen de begeleider, en hij is het volkomen met mij eens.

Ook vindt hij dat de begeleider de beslissende stem heeft, en ook daar ben ik het mee eens.

Het kan dan wel democratisch zijn om te stemmen hierover, wat vaak gebeurt, en de meeste stemmen te laten gelden, maar het is primair een buitenactiviteit.

Fijn, een medestander! Hier word ik ook blij van!

We gaan dus lekker naar buiten met de groep, de duinen in, waar het prima uit te houden is omdat er ook schaduwplekken zijn, en we zien een paar herten, wat voor iedereen toch elke keer opnieuw weer een belevenis is, en waar we van genieten met z’n allen.

 

 

 

Mayke de Vries is na een carrière in de zorgsector nu vooral mantelzorger voor haar partner, die helaas na een grote hersenbloeding in oktober 2019 in een zorginstelling kwam te wonen. Zij schrijft op Mantelzorgelijk over de veranderingen in hun leven.

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Back To Top