skip to Main Content
Fictie En Realiteit

Fictie en realiteit

Op zijn bed staat in een zak met rode lussen het verzamelde wasgoed.
Ik zie hem er naar kijken.
“Is dat nou een clownsgezichtje?”, vraagt hij.
“Nee, gewoon rode lussen”, zeg ik.
Aan mij durft hij dit te vragen, aan iemand van het personeel niet, want voor hij het weet wordt hij dan “beschuldigd” van hallucineren, terwijl hij zelf vindt dat hij een rijke fantasie heeft.
De zondagse bezoeker komt voor de vierde keer niet; de persoon in kwestie meldt dit nu bij mij persoonlijk.
Hij is verkouden en heeft daarmee een gegronde reden om niet te komen.

Ik grijp de kans aan om hem te vragen mij voortaan ook even zelf te informeren over diens afwezigheid, zoals met vakanties, want eega was daardoor ruim een week van slag, kon zich die melding van vakantie een tijd niet herinneren.

Ik mail wederom de zorginstelling, nu met de vraag waarom er maar één keer per week fysiotherapie is en geen twee keer zoals voorheen, en of de registratie van bezoekers laagdrempeliger kan worden, want via mail en internet registreren is voor de mensen toch net een brug te ver, wat ik kan begrijpen. 

Maandag bericht eega dat hij met de fysiotherapie heeft “gestaan”, vastgebonden weliswaar, maar toch op zijn benen gestaan en dat deed hem goed.

Snap ik ook. Staan is iets natuurlijks, zitten in een rolstoel is dat niet.

Ik vind hem al een tijdje behoorlijk down en uit zichzelf zegt hij dat hij teveel gefocust is op zijn lichaam, dat niet doet wat hij wil en dat frustreert hem.

Tot vorig jaar was hij gewend door zijn motivatie en inzet iets te bereiken, nu kan hij trainen wat hij wil, hij komt geen stap verder.

We weten allebei dat er een kans bestaat dat hij nooit meer zal kunnen lopen en ik vraag hem voorzichtig of hij dat zeker zou willen weten, of liever niet; hij kiest dan toch voor het tweede.

Hij ziet (ook) zelf in, verrassend helder, dat hij voor zijn eigen gemoedsrust de focus op (het niet functioneren van) zijn lichaam  wat meer zal moeten loslaten.

Ik hoop dat hem dit ook zal lukken.

Weten dat je iets los moet laten is nog wat anders dan het ook daadwerkelijk kunnen.

Dinsdagochtend meldt hij dat hij heel benauwd is geweest, amper adem kon halen en daarom krijgt hij nu gedurende een week, twee maal daags, een vernevelaar met medicatie toegediend. 

Bericht terug van de instelling: de huidige registratie voor bezoekers bevalt hen prima. punt.

Ik had ook niet echt verwacht dat ze er iets aan wilden veranderen, maar ja, toch een poging gewaagd.

Er wordt een beroep gedaan op ons begrip voor hun standpunt. 

Later die week ontmoeten we een goede kennis bij het pannenkoekenhuisje vlakbij en gaan met hem op het terras zitten; dat mag gelukkig wel.

Ik manoeuvreer de rolstoel richting een tafel, maar dat valt nog niet mee; dan zegt een mevrouw zittend aan een tafeltje dat we moeten passeren, tegen mij, dat ik sneller door moet lopen, omdat ik zo geen afstand houd tussen hen en ons, waarop ik zeg dat het mij spijt, dat ik achter een rolstoel loop, en dat het allemaal niet zo makkelijk gaat.

Ja, dat begrijpt ze; “maar de afstand, hè”, zegt ze. 

Pfff…zo snel mogelijk daar voorbij.

Even later zitten wij lekker, maar het tafeltje dat we net met moeite gepasseerd zijn, is opeens verlaten.

 

Mayke de Vries

Mayke de Vries

Mayke de Vries is na een carrière in de zorgsector nu vooral mantelzorger voor haar partner, die helaas na een grote hersenbloeding in oktober 2019 in een zorginstelling kwam te wonen. Zij schrijft op Mantelzorgelijk over de veranderingen in hun leven.

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top
X