Feest en minder feestelijk..

Inderdaad had mijn echtgenoot (dinsdagochtend heel vroeg) weer een epileptische aanval gehad, dat krijg ik via de zorg bevestigd.

Vrijdag vindt een herhaling plaats van de vrijdagen daarvoor, met een bezoek aan “Appie”, waar hij wederom niet vindt wat hij zoekt en waar we evengoed weer veel meer meenemen dan op zal gaan, en ter afsluiting het bezoekje aan de snackbar, waar hij heerlijk smikkelt.

Tegen de tijd dat hij weer opgehaald wordt door de taxi, gaan we alvast naar beneden, zodat  we niet in allerijl naar beneden hoeven te sjezen en hij nog op zijn gemakje een sigaretje kan roken.

Zijn telefoon gaat, en uit de daaropvolgende communicatie maak ik op dat de taxichauffeur zijn aankomst meldt.

Een minuut of vijf later gaat zijn telefoon nogmaals.

Mijn eega herhaalt een aantal keren bij welke ingang de chauffeur moet zijn, want er zijn er hier twee, en ik ga er vanuit dat het dan goed zal komen, wat tot nu toe steeds het geval was, maar nu dus niet.

De taxi komt niet. Ik wacht af tot de uiterste tijd is verstreken en pak dan mijn eigen telefoon om bij de centrale te informeren.

Tot mijn verbazing hoor ik dat de taxi langs is geweest, maar niemand aantrof.

Geïrriteerd zeg ik dat als de taxi inderdaad geweest was, dat ik dat dan heus wel had gezien, en dat we al expres in de hal wachten waar ik goed overzicht heb.

Ze meldt dat de taxi was doorgereden en dat er nu een nieuwe rit besteld gaat worden, maar dat het een uur kan duren voordat die er is.

Nou, dat is fijn, maar niet heus, want terug naar binnen is geen optie, dus moeten we nog een uur in de hal wachten.

Gelukkig is het er niet steenkoud, maar warm is anders, en vooral mijn stilzittende eega krijgt het snel koud.

Ik bedenk mij dat ik in het telefoongesprek tussen mijn eega en de chauffeur had moeten ingrijpen, en dat is dus weer een les voor de volgende keer.

We moeten inderdaad een uur wachten, en ondertussen lopen sommige buurtbewoners twee keer langs, bij hun vertrek en weer terugkomen, hun verbazing en ergernis uitsprekend dat wij nog steeds zitten te wachten.

Tja, dat is het lot, als je afhankelijk bent van “anderen”.

Mijn eega is er zelf gelukkig rustig onder, hij is immers gewend aan “wachten” door zijn afhankelijkheid, maar ik vreet mij inwendig wel op, al uit ik dat niet richting hem, want dat is niet zinvol.

Uiteindelijk wordt hij dan toch nog opgehaald en bij “thuiskomst” in de zorginstelling belt hij nog even op.

Ik vraag hem of de zorg niet verbaasd was over zijn late terugkomst, maar dat bleek niet het geval te zijn.

Ook zij zijn wel wat gewend, natuurlijk.

Dinsdag bij de natuuractiviteit is het een feestelijke dag, want ze bestaan vijf jaar, en dat wordt gevierd met een roofvogelshow op het eigen terrein.

We treffen het heel erg met het mooie weer en de show trekt veel mensen.

Er wordt gevraagd of er mensen zijn die met een vogel op de foto willen, en ik vraag dat aan mijn eega, maar dat hoeft voor hem niet zo.

Als dezelfde vraag aan het eind herhaald wordt, en een ander aan hem vraagt of hij met een vogel op de foto wil, dan wil hij dat opeens wel.

Ik verbaas mij nergens meer over…

Terug op zijn kamer komt een zorgmedewerker met de vraag voor een foto op zijn deur, zodat hij zijn kamer makkelijker kan herkennen.

Dit schiet bij mijn eega in het verkeerde keelgat, want zo erg is het allemaal niet, in zijn beleving.

De zorgmedewerker verlaat de kamer, en ik kaart het onderwerp nogmaals aan, maar nu met de aandacht voor welke foto, niet voor het achterliggende doel, en dan draait hij bij.

Er is één foto die een beetje “rondslingert” op zijn kamer, wat eigenlijk zonde is, want dat is een mooie  fotokaart van zijn vriend en oud collega met diens vrouw, en mijn eega en ik staan er ook op, en ik vraag aan hem of dat misschien een goed idee is, want een foto van hem alleen, die aan de wand hangt, wil hij uit zijn blikveld niet kwijt, zegt hij. Daar had ik eerst naar gevraagd bij hem.

Hij kijkt naar genoemde fotokaart, zegt vervolgens bedachtzaam dat ik er dan ook opsta, zichtbaar voor iedereen, en ik zeg dat dat dan ook geldt voor zijn vriend en diens vrouw, maar dat zij het, net als ik,  vast goed vinden voor het goede doel.

Ik zoek de zorgmedewerker even zelf op en meld dat we een foto hebben gevonden voor op zijn deur, en vraag gelijk of dit inderdaad nodig is, en sinds wanneer hij moeite heeft om zijn kamer terug te vinden.

De medewerker zegt dat hij in zijn geheel achteruit gaat, wat ik zelf ook merk, en dat hij sinds een tijdje moeite heeft om zijn kamer terug te vinden, net als spullen in het tasje om zijn nek, zoals zijn aansteker, en dat als mijn eega tevergeefs zoekend naar zijn kamer door de gang rijdt, hij geïrriteerd reageert richting de medewerker(s), en dat dit probleem getackeld kan worden door een foto op zijn deur.

We gaan het meemaken..

Voor de herensoos wil hij nog even een sigaretje roken, maar daarna meldt hij een aanval te krijgen.

De begeleider wil hem eerst terug naar de afdeling laten gaan, maar aangezien de aanval uitblijft, gaat hij toch mee, en neemt de begeleider de besturing even over, want mijn eega zit “vast”, meldt hij zelf.

Ik ga richting huis en hoor er daarna niets meer over, dus de aanval is waarschijnlijk “overgewaaid”, gelukkig.

 

 

 

Mayke de Vries is na een carrière in de zorgsector nu vooral mantelzorger voor haar partner, die helaas na een grote hersenbloeding in oktober 2019 in een zorginstelling kwam te wonen. Zij schrijft op Mantelzorgelijk over de veranderingen in hun leven.

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top