skip to Main Content

‘Familie alleen is niet genoeg om de zorg aan te kunnen’

This undated ad, provided by AARP and the Ad Council, is from a new public service announcement illustrating the frustration that family members can feel as they struggle to care for aging loved ones while holding down jobs, raising children and taking care of their own health. The campaign, beginning Thursday, is to raise awareness of family caregivers and point them toward resources that may ease the strain. (AP Photo/AARP, Ad Council)
(AP Photo/AARP, Ad Council)

De toenemende zorgbehoefte van thuiswonende ouderen en het slinkende thuiszorgaanbod, dwingen familie tot het geven van meer mantelzorg. Maar familieleden doen al veel, rek in de mantelzorg moet gezocht worden bij buren en kennissen: de ‘hulp-mantelzorgers’, aldus Marjolein Broese van Groenou in een artikel op Socialevraagstukken.nl

De zorgbehoefte van thuiswonende ouderen zal sterk toenemen, zij moeten immers langer wachten op een plek in het tehuis. Tegelijkertijd neemt de beschikbaarheid van de thuiszorg af, in ieder geval wat betreft huishoudelijke hulp en begeleiding, maar waarschijnlijk eveneens op het gebied van de persoonlijke verzorging en verpleging. Het is dan ook aannemelijk dat, op basis van deze grote zorgbehoefte en het gebrek aan thuiszorg, de naasten van een zorgbehoevende oudere (meer) mantelzorg zullen gaan geven.

Nu bestaat een gemiddeld zorgnetwerk rond een kwetsbare thuiswonende oudere uit drie mantelzorgers en zeven thuiszorgmedewerkers (die vaak in teams werken). Uitgedrukt in uren leveren de mantelzorgers echter bijna zeventig procent van het totaal aantal uren zorg die de oudere krijgt. [1] Als het aandeel mantelzorg in de uren zorgverlening nog moet toenemen, moeten er dus of meer mantelzorgers komen, of de mantelzorgers moeten er nog een schepje bovenop doen.

We hebben decennialang afgeleerd aanspraak te doen op de buren
De overheid zet sterk in op het vergroten van de bereidheid om mantelzorg te verlenen; de roep om meer zorgzaamheid voor elkaar, meer reciprociteit, betrokken burgers en sterke buurten, komt voortdurend terug in overheidsstukken die de vanzelfsprekendheid van de zorg voor elkaar weer terug willen brengen in ons dagelijks bestaan. Recent onderzoek laat zien dat de attitudes van burgers maar heel langzaam aan het veranderen zijn. Wat betreft ‘zorg voor hulpbehoevenden is vooral een taak voor de overheid (versus de familie)’ is een lichte verschuiving zichtbaar richting de familie, al vindt ook in 2010 nog ruim 75 procent dat dit vooral een taak van de overheid is. [2] We hebben echter decennialang afgeleerd aanspraak te doen op voorheen sterke sociale structuren, zoals de familie, buurtgemeenschap of een kerkgemeenschap. Het omturnen van deze verwachtingen jegens de overheid in verwachtingen jegens onze medeburgers heeft nog veel tijd nodig.

Oudere partner-mantelzorgers zijn een kwetsbare groep
Dit geldt in mindere mate voor het kerngezin. Partners en kinderen voelen een sterke verantwoordelijkheid jegens elkaar en zullen de oudere niet snel in de steek laten. Op hen zal de roep om meer zorgzaamheid voor elkaar niet veel extra effect hebben. Zij zullen blijven mantelzorgen en dat ook alleen maar meer gaan doen als er minder formele zorg beschikbaar is. Dit wordt onderbouwd door de ramingen van het SCP, die voorspellen dat de stijging in het aandeel mantelzorgers vooral voor rekening komt van oudere partners. Onder de 65-plussers zal het aandeel mantelzorgers in 2030 met zestig procent zijn toegenomen. [3] De verwachte stijging van het aandeel mantelzorgers onder 30-65-jarigen is minder hoog door hun beperkte tijd in verband met werk en door afstand. Oudere partner-mantelzorgers zijn echter een kwetsbare groep met een verhoogd risico op overbelasting. De stijging in de mantelzorg alleen aan deze partners (en de kinderen) overlaten, gaat ten koste van de mantelzorger en de kwaliteit van zorg.

In de ware participatiesamenleving zijn er heel veel hulp-mantelzorgers
Het aandeel mantelzorg kan alleen op een structurele en verantwoorde manier omhoog als er andere leden uit het sociaal netwerk mee gaan zorgen: de buren, de vrienden, de kennissen van de zorgbehoevende oudere. Alleen is hun dispositie om zorg te verlenen meestal niet zo sterk. Zij zien geen verzorgende rol voor zichzelf weggelegd in hun doorgaans meer oppervlakkige sociale relatie met de hulpbehoevende. Tevens hebben ze vaak ook geen notie van de zorgbehoefte en het gebrek aan thuiszorg, omdat partners en kinderen hen daar niet over informeren.

Toch is het dit arsenaal aan potentiële mantelzorgers dat we in de komende jaren moeten gaan benutten, want alleen hier zit nog enige rek in aantal en inzet. Voor hen is die roep om een sterke dispositie dus juist vooral bedoeld, maar dat mag nog wat meer expliciet richting deze relatietypen worden verwoord, en dan niet alleen door beleidsmakers en zorgverleners, maar bij voorkeur door de ‘echte’ mantelzorgers, de partners en kinderen. De ware participatiesamenleving is een samenleving waarin we, naast partner en kinderen, ook de tweede schil van het sociaal netwerk aan het mantelzorgen krijgen. Weliswaar als hulp-mantelzorger, dus voor de kleinere klussen en ter ontlasting van de ‘echte’ mantelzorger, maar wel als structureel onderdeel van het informele zorgnetwerk.

Mantelzorg is eigenlijk ‘mantelsteun’
Voor structureel meer mantelzorg moet het informele zorgnetwerk dus vergroot en verbreed worden. De zware zorgbehoefte in de komende jaren overstijgt wat van mantelzorgers verwacht kan en mag worden; er zal een grote behoefte zijn aan deskundige hulp. De verhouding tussen formele en informele zorg moet daarom complementair zijn. Professionals leveren persoonlijke en deskundige zorg en het sociaal netwerk (met vrijwilligers) biedt ondersteuning in het dagelijkse leven (dus geen persoonlijke verzorging of verpleging en eventueel wel huishoudelijke hulp). Mantelzorg is eigenlijk ‘mantelsteun’ en dat moeten we zo houden. Voor een sterkere verbinding tussen mantelzorg en professionals moeten de budgethouders van de zorg aan huis, de gemeenten en zorgverzekeraars, wel tijd beschikbaar stellen voor overleg en afstemming.

Hulp voor mantelzorgers kan ook vanuit andere domeinen komen. Denk aan werkgevers die te maken hebben met een groeiend aantal werknemers die werk en mantelzorg moeten combineren. In organisaties die expliciet steun toezeggen aan werkende mantelzorgers, blijkt deze combinatie beter vol te houden. [4] Alternatieven voor hulp-mantelzorgers vinden we in het vrijwilligerscircuit, waar vrijwilligersorganisaties, kerken en particuliere initiatieven (zoals de Mantelaar, de Mantellink en de Bucket Line) steeds meer oog krijgen voor de noden van mantelzorgers. Maar ook de inzet van de nieuwste technieken kan een flinke ontlasting betekenen van de taken van de mantelzorger. Beeldcontact en digitale communicatie maken overleg op afstand mogelijk, en zelfs de inzet van zorgrobots kan voor een mantelzorger een manier zijn om heel even op adem te komen.

Marjolein Broese van Groenou is hoogleraar Informele Zorg aan de Vrije Universiteit. Dit artikel is een bewerking van haar lezing tijdens de Elfde Jan Brouwer Conferentie: ‘Uitdagingen voor een goede oude dag’.

Marjolijn Bruurs

Marjolijn Bruurs

is ondernemer, netwerkbouwer, storyteller, echtgenote, moeder en zij was tot voor kort een zeer gedreven en ervaren mantelzorger voor haar vader met Alzheimer. Eerst in de thuissituatie en later in het verpleeghuis. Tevens is zij de bedenker en het creatieve brein van Mantelzorgelijk.nl en voorzitter van Stichting Mantelzorgelijk.

Dit bericht heeft 8 reacties
  1. Graag wil ik even reageren.

    Even over mijzelf in het kort: Mijn naam is Narda. Ik werk 28 uur 24/7. Mijn moeder heeft longkanker en zij kan zich zelf niet langer redden.
    Ik ben haar enige dochter. Mijn zus (50) is jl november overleden en mijn vader elf maanden daarvoor. M.a.w. ik sta er met mijn man als mantelzorger alleen voor.
    Mijn man is vrachtwagenchauffeur, en maakt vaak lange dagen.

    Mijn moeder heeft naast mijn zus en vader het afgelopen twee jaren ook haar eigen zusje (68), een broer, een schoonzus en een zwager verloren.
    De overige familieleden zijn te oud, zijn zelf ziek, wonen niet in de buurt of hebben andere problemen waardoor ze mij onmogelijk zouden kunnen helpen met de zorg voor mijn moeder.

    De buren zegt u?
    Mijn moeder is al jaren gebrouiieerd met haar directe buren. Met de iverbuurvrouw heeft ze een goede band. Deze buurvrouw zorgt er voor dat de kliko’s op tijd voorgezet worden, erg fijn. Maar om haar nu te benaderen met de vraag of ze even wil gaan Mantelzorgen voor mijn moeder naast haar werk om?
    Ja, naast haar werk om. Immers, als iverbuurvrouw heeft zij geen recht op zorgverlof.
    Bovendien lijkt mij zij niet iemand die haar salaris een paar maanden kan missen.

    Ik heb dat, als dochter wel. Recht op zorgverlof.
    Als ik zou willen zou ik natuurlijk best langdurig zorgverlof op kunnen nemen. Immers, mijn moeder kan nog wel een paar maanden leven. Bij langdurig zorgverlof krijg ik alleen geen salaris.

    Als mijn moeder dus nog drie maanden leeft, en ik zal als sociaal voelende dochter voor haar zorgen, dan ga ik dus failliet.
    Naast het feit dat ik dan in twee jaar tijd mijn ouders en enige zusje heb verloren, zit ik met grote financiële problemen opgezadeld.
    Volgens mij zou zoiets best een aanleiding kunnen zijn voor een langdurige depressie / burnout.
    Of overdrijf ik ? Wat denkt u?

    Nu zult u misschien zeggen: ‘Ja hoor eens Narda, iedere situatie is weer anders. Sommige zieken hebben wel tien kinderen zonder baan, of buren die de loterij gewonnen hebben.’
    Is dat zo?
    Ìs dat zo?

    ‘Bovendien zijn er ook nog vrijwillige mantelzorgers Narda!’
    Hartstikke mooi natuurlijk.
    ‘Komt die gezellige roddelaarster uit de buurt je gezellig instoppen mam’.
    Want nee, deze lieve vaak goedbedoelende vrijwillige mantelzorgers of buurthulpen hebben geen geheimhoudingsplicht. Zou u het leuk vinden? Als je al zo kwetsbaar bent, je zo kwetsbaar voelt, je laatste stukje waardigheid opzij te moeten zetten?

    Ik heb het geluk dat ik mijn moeder heb weten over te halen om een vrijblijvend bezoek te brengen aan Hospice de Schelp in Krommenie.
    Ik heb het geluk dat mijn moeder haar angsten en twijfels hierover uiteindelijk opzij heeft weten te zetten en zich toch heeft ingeschreven.

    Er zijn mensen (op FB) die vinden dat ik mij er makkelijk van af maak. Zij vinden dat ik verzaak, en dat ik zelf voor mijn moeder had moeten zorgen.

    Nogmaals, mijn moeder kan nog een paar maanden leven. Ik hoop het. Als het einde echt in zicht is neem ik haar mee naar haar eigen huis, als zij dat wil.
    Dan zal ik kortdurend zorgverlof kunnen gaan opnemen zodat ik toch nog 70 % van mijn salaris krijg.

    Er wordt zoveel gediscussieerd over de Mantelzorg, maar ik hoor maar zo weinig wat de patiënten zèlf willen.
    Zij zijn veel te ziek om hun energie nog in discussies als deze te steken, en ik vind dat wij hun wensen, hun stem moeten verdedigen.
    Over en over.
    Tot de laatste zucht.

    http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/zorgverlof?utm_campaign=sea-t-verlof_en_vakantie-a-zorgverlof&utm_term=zorgverlof&gclid=CJDgkNj748YCFWLKtAod85AMSQ
    Link: internet Rijksoverheid.

  2. Graag wil ik even reageren.

    Even over mijzelf in het kort: Mijn naam is Narda. Ik werk 28 uur 24/7. Mijn moeder heeft longkanker en zij kan zich zelf niet langer redden.
    Ik ben haar enige dochter. Mijn zus (50) is jl november overleden en mijn vader elf maanden daarvoor. M.a.w. ik sta er als mantelzorger een beetje alleen voor, samen met mijn man.
    Mijn man werkt gemiddeld 50 uur per week. Hij is vrachtwagenchauffeur.

    Mijn moeder heeft naast mijn zus en vader in de afgelopen twee jaren ook haar eigen zusje (68), een broer, een schoonzus en een zwager verloren.
    De overige familieleden zijn te oud, zijn zelf ziek, wonen niet in de buurt of hebben andere problemen waardoor ze mij onmogelijk zouden kunnen helpen met de zorg voor mijn moeder.

    De buren zegt u?
    Mijn moeder is al jaren gebrouiieerd met haar directe buren. Met de overbuurvrouw heeft ze wel een goede band. Deze buurvrouw zorgt er voor dat de kliko’s op tijd voorgezet worden, erg fijn. Maar om haar nu te benaderen met de vraag of ze even wil gaan Mantelzorgen voor mijn moeder naast haar werk om?
    Ja, naast haar werk om. Immers, als overbuurvrouw heeft zij geen recht op zorgverlof.
    Bovendien lijkt mij zij niet iemand die haar salaris een paar maanden kan missen.

    Ik heb dat, als dochter wel. Recht op zorgverlof.
    Als ik zou willen zou ik natuurlijk best langdurig zorgverlof op kunnen nemen. Immers, mijn moeder kan nog wel een paar maanden leven. Bij langdurig zorgverlof krijg ik alleen geen salaris.

    Als mijn moeder dus nog drie maanden leeft, en ik zal als ‘sociaal voelende dochter’ voor haar zorgen, dan kost mij dit dus drie maanden salaris.
    Naast het feit dat ik dan in twee jaar tijd mijn ouders en enige zusje heb verloren, zit ik dan misschien ook nog met financiële problemen opgezadeld.

    Volgens mij zou zoiets best wel eens een aanleiding kunnen zijn voor een langdurige depressie / burnout.

    Al met al.

    Of overdrijf ik ? Wat denkt u?

    Nu zult u misschien zeggen: ‘Ja hoor eens Narda, iedere situatie is weer anders. Sommige zieken hebben wel tien kinderen zonder baan, of buren die de loterij gewonnen hebben.’
    Is dat zo?
    Ìs dat zo?

    ‘Bovendien zijn er ook nog vrijwillige mantelzorgers Narda!’
    Hartstikke mooi natuurlijk.
    ‘Komt die gezellige roddelaarster uit de buurt je vanavond gezellig instoppen mam’.
    Want nee, deze lieve vaak goedbedoelende vrijwillige mantelzorgers of buurthulpen hebben geen geheimhoudingsplicht. Zou u het leuk vinden? Als je al zo kwetsbaar bent, je zo kwetsbaar voelt, je laatste stukje waardigheid opzij te moeten zetten?

    Ik heb het geluk dat ik mijn moeder heb weten over te halen om een vrijblijvend bezoek te brengen aan Hospice de Schelp in Krommenie.
    Ik heb het geluk dat mijn moeder haar angsten en twijfels hierover uiteindelijk opzij heeft weten te zetten en zich toch heeft ingeschreven.
    Overigens hebben de vrijwilligsters daar wel zwijgplicht.

    Er zijn mensen (op FB) die vinden dat ik mij er makkelijk van af maak. Zij vinden dat ik verzaak, en dat ik zelf 24/7 voor mijn moeder zou moeten zorgen. Even voor de goede orde: ik ben nog steeds gemiddeld 3 uur per dag bij mijn moeder en doe nog steeds haar was. Eten doet ze bijna niet meer, maar wat ze eet komt bij mij uit de keuken vandaan.

    Nogmaals, mijn moeder kan nog een paar maanden leven. Ik hoop het. Als het einde echt in zicht is neem ik haar mee naar haar eigen huis, als zij dat wil.
    Dan zal ik kortdurend zorgverlof kunnen gaan opnemen zodat ik toch nog 70 % van mijn salaris krijg.

    Er wordt zoveel gediscussieerd over de Mantelzorg, maar ik hoor maar zo weinig wat de patiënten zelf willen. Zij zijn natuurlijk veel te ziek om hun energie nog in discussies als deze te steken, en ik vind dat wij hun wensen, hun stem moeten verdedigen.

    Tot de allerlaatste zucht.

    Vriendelijke groet, Narda de Wit

  3. Allemaal leuk bedacht achter een vergadertafel.
    Dit gelezen hebbende vraag ik me af waarom de pil van Drion er nooit doorgekomen is. Na mijn laatste zorgtaak volbracht te hebben zou ik graag een dergelijke mogelijk hebben om me te kunnen onttrekken aan “Jan en Alleman over de vloer ” en/of mijn dochter uit te putten en /of in de armoe te storten.
    Niet alleen moet zij werken maar ze woont ook niet naast de deur, m’n zoon woont overzee . Is men niet een beetje vergeten dat 2015 is en géén 1932 toen iedereen nog bij elkaar in de buurt woonden en de vrouwen thuis waren omdat ze een groot gezin hadden.
    Bespaar me een serie vrijwilligers die voor z’n uitkering moet komen “zorgen” ! Kom maar op met die pil, dat is stuk menselijker!

      1. O nee, geen haar op m’n hoofd die daar aan denkt, ik heb in de loop van m’n leven al heel wat mantelzorg gedaan,en nóg, bij familie zowel als “in de buurt” , als ik zelf iets ga mankeren stap ik er lekker uit!

  4. Het ligt ongetwijfeld aan het feit dat ik niet meer dan een simpele blog heb en daarmee reageer, maar het is toch heel jammer dat ik de reacties hier niet zie terwijl ik me toch voor kan stellen dat die reacties héél veel toevoegen aan dit verhaal.

  5. Hier heb je helemaal gelijk in. Al wil je als kind zo goed mogelijk voor je ouders zorgen wanneer ze ouder worden. Het kan soms erg zwaar zijn om dat goed te doen. Zeker als je een baan, vrouw en kinderen hebt waar je ook aandacht voor moet hebben.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top
X