Een trouwdag om te vergeten..

Tegen de tijd dat ik hem thuis verwacht, op vrijdag, belt de afdeling: mijn eega heeft net een zware epileptische aanval gehad en de vraag is of het wel goed is om hem dan toch naar huis te laten gaan.

Oeps…moeilijke vraag..

De vraag wordt vervolgens bij mijn eega neergelegd, die als het echt niet zou gaan, dat zelf wel aanvoelt.

Hij wil naar huis, zegt hij.

Dat doen we dan, en als het onverhoopt niet zou gaan, dan gaat hij eerder terug naar huis.

Een half uur later belt de zorg nogmaals met een mogelijke verklaring voor de aanval.

Hij werd uit bed gehaald met de passieve lift, waartegen hij zich fel verzette.

Ik weet dat de meningen onder de zorgmedewerkers verdeeld zijn in verband met het gebruik van de passieve lift, en dat sterkt mijn eega in zijn mening dat die dus niet noodzakelijk is, hoewel dat dus wel het geval is.

De zorgmedewerker en ik zijn het met elkaar eens over het belang van één lijn trekken, en dat daarover duidelijk gecommuniceerd moet worden.

Bij aankomst thuis zie ik wel dat hij lichamelijk nog vermoeid is, maar verder is hij in orde.

Hij wil ‘s avonds een broodje warm vlees eten en een bami schijf.

Gelukkig is het droog zodat we naar de snackbar kunnen lopen.

Het warme vlees op zijn broodje is niet naar zijn zin, en ik kan het niet laten om te zeggen dat hij echt altijd commentaar heeft op eten, wat het ook is, en dat ik dat moeilijk vind, want wat kunnen we dan nog eten?

Hij weet het zelf gelukkig ook..

‘s Avonds laat belt hij nog op vanuit de zorginstelling.

Ik kan een spontane geeuw niet onderdrukken en die hoort hij ook.

“Zo vermoeiend ben ik toch niet?”, vraagt hij.

Het zal even een combinatie zijn “van”, en ik vertel hem dat ik ook al weken met een kapotte vaatwasser zit, waarvoor vier keer een monteur is geweest, twee verschillende, en dat de eerste er zo’n knoeiboel van heeft gemaakt, dat nummer twee vaststelde dat de vaatwasser op slopershoogte was, en dat monteur nummer één inmiddels ontslagen was.

Een hoop gedoe dat ook energie kost.

Er moet dus een nieuwe vaatwasser komen, maar het paneel op de deur van de vaatwasser blijkt erop te zijn gelijmd, driedelig,  dus of er moet een nieuw paneel komen, of een onderbouw vaatwasser.

De keuken is al jaren oud, dus een paneel in diezelfde kleur zal niet haalbaar zijn, en dan zit er niks anders op dan te kiezen voor een onderbouw, al is dat minder mooi.

De monteur die de situatie kwam beoordelen, stelde nog voor om iemand te “vinden” die de drie panelen aan elkaar lijmt, maar ik vrees dat ik daar niemand voor zal kunnen krijgen, en hoe solide zou dat worden?

Mijn eega verzucht meelevend dat ik ook altijd wat heb..

Ja, zo ongeveer wel.

Daarna belt hij nog twee keer, waarvan de laatste keer schijnbaar per ongeluk.

Ja, nu ben ik echt wel moe.

Omdat de zondag de vaste dag is voor bezoek van zijn zoon, spreek ik voor zaterdag af met de oud collega van mijn eega met diens vrouw, want het is alweer te lang geleden dat de maatjes van vroeger en de vrienden van “nu” elkaar hebben gezien.

Met een etentje (ik laat bezorgen) samen vieren we alvast onze trouwdag, de volgende dag.

Mijn eega geeft eigenlijk weinig reactie op het gegeven van onze trouwdag.

De kaart die ik hem had laten kopen (dat was tot nu toe het minste wat hij wilde doen), zie ik niet eens meer liggen op zijn kamer, en ik vraag er ook maar niet naar. Wel raar dat die weg is..dat zou hij zelf toch niet doen (weggooien). Misschien moet ik een volgende keer nog eens goed zoeken..

Het jaar daarvoor leefde dat nog wel bij hem, onze trouwdag, en had hij erover gesproken met de zorg, was er zelfs een bos bloemen “geregeld” voor mij, en een door hem geschreven kaart.

Dit jaar dus niks..

Die zondag belt hij in de middag op en blijkt zijn zoon niet te zijn geweest, waardoor ik even de balen heb, want dan hadden we deze dag “gewoon” onze trouwdag kunnen vieren.

Onze trouwdag is ook nu geen gespreksonderwerp van hem uit, en ik laat het ook maar zo.

Ik kan niet zeggen dat ik teleurgesteld ben, maar een beetje boel verdrietig toch wel.

Misschien is het voor hem nu ook een “afgesloten” hoofdstuk, een beschermingsmechanisme, om niet ook die pijn en het verdriet er omheen te hoeven voelen..en ik kan dat begrijpen..

‘s Avonds belt hij nog eens en zegt dat hij niet meer kan schrijven..

Hij bleek een “krabbel” te hebben moeten zetten bij een zorgmedewerker, en die wilde dus niet lukken.

Over de kaart heeft hij het niet, wel over zijn schrift waar hij soms iets in schrijft.

Geruststellend zeg ik dat het “morgen” misschien wél lukt..

 

 

Mayke de Vries is na een carrière in de zorgsector nu vooral mantelzorger voor haar partner, die helaas na een grote hersenbloeding in oktober 2019 in een zorginstelling kwam te wonen. Zij schrijft op Mantelzorgelijk over de veranderingen in hun leven.

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top