Een nieuw thuis – Gastblog door Frits Otten

Foto: Claudia Otten
Foto: Claudia Otten

Frits Otten (1966) schrijft over zijn mantelzorgervaringen met zijn vader (91) die onlangs de diagnose Alzheimer en vasculaire dementie heeft gekregen. Frits woont en werkt in Zürich (Zwitserland) en komt iedere week in het weekend naar Nederland. Periodiek is één van die weekenden gereserveerd voor mantelzorg aan zijn vader.

Naast Arnhem ligt Velp. In Velp staat het nieuwe huis van mijn vader. Minder groots dan hij gewend was: er is welgeteld één kamer die hij zelf heeft, en de rest van het huis deelt hij met andere bewoners. Met uitzondering van de verzorgers zijn alle bewoners dement: dat klinkt misschien confronterend, en ik ga het niet anders maken dan het is. De deur naar buiten gaat open met een codeslot: bewoners mogen er niet zelf uit, onder begeleiding gelukkig wel. Mijn vader is hier sinds augustus ingetrokken. Niet helemaal zijn eigen keuze, en een heel moeilijk moment voor mijn broers (en hun partners) die de hele verhuizing samen hebben georganiseerd. Ik was met mijn gezin op vakantie. Permanente verzorging voor mijn vader werd een “must have” en het huis dat wij voor hem gevonden hadden in Harmelen bleek geen optie meer te zijn. Dan gaat alles ineens snel, en is in een avond beslist dat mijn vader naar Velp gaat. Voorlopig tijdelijk besluiten wij manmoedig. Het moet toch wat voor je zijn om de vrijheid die je hebt om te doen en laten wat je wilt op te moeten geven. Ik weet dat ik het als kind verschrikkelijk vond om niet thuis te zijn. Ik had zelfs angst om zelfs ergens te logeren. Thuis is thuis. Thuis is mijn fundament. De mensen om mij heen, de dingen: alles z’n plek. Ruimte en rust. Habitam ergo sum (Pieter Hoexum).

ludwig0421

Meteen na mijn vakantie rijd ik naar Velp. Ik tref mijn vader aan in zijn eigen stoel, met de hoofdtelefoon op, gezicht op oneindig. ‘Dag Pappa’ zeg ik als ik voor hem ga zitten. Hij zet direct zijn hoofdtelefoon af: ‘Frits, wat leuk!’ hij is blij om mij te zien. Staat op en loopt even heen en weer. De deur naar de gang staat open. ‘Hoe bevalt het hier?’ vraag ik. Mijn vader schuifelt terug naar zijn stoel. ‘Die piano’s, Frits, zou er niet ééntje hier kunnen staan?’ Ik weet dat iedereen heel hard heeft gepuzzeld om dat voor elkaar te krijgen: de ruimte is te klein voor het instrument, er is wel een plek waar de vleugel (piano) kan staan, maar dat is niet op zijn kamer. Wij vragen ons af of dat heel veel zin heeft, ook omdat hij bijna niet meer achter zijn vleugel zit. ‘Weet je nog waar ik werk, Pappa?’ vraag ik: het is een spel dat ik speel, altijd als ik hem zie. Ik help hem bij antwoorden waar dat nodig is. Op die manier probeer ik de afnemende verbanden en relaties wat te versterken. ‘Zwitserland, Zürich toch?’ verontschuldigt hij zich bijna. Op het tafeltje naast hem staan dierbare herinneringen aan zijn huis, dat toch vooral ook ons en mijn thuis is. Op één van de foto’s staat mijn moeder. ‘Frits’ fluistert mijn vader zachtjes. ‘Weet jij wie die vrouw op die foto is?’ Ik pak de foto en geef die aan hem: ‘Dat is Mamma’ weet je nog? Onze mamma en jouw vrouw.’ Hij kijkt en peinst. Gravend in zijn geheugen vindt hij de verbinding terug. ‘Is zij niet overleden door een ernstige ziekte?’

Buiten is de zon nog krachtig, het is best warm. ‘Zullen wij een ijsje halen, Pappa?’ vraag ik. Nog voor ik het goed en wel doorheb staat hij klaar met zijn jas. Naar buiten. Hij kijkt geïnteresseerd naar het codeslot op de deur. ‘Ik kan zelf niet naar buiten geloof ik’ zegt hij. ‘Het ziet er ook wel ingewikkeld uit’ voegt hij daar beslist aan toe. Ik ben deze keer met mijn auto uit Zwitserland gekomen. De kap kan open en wij stappen makkelijk in. Zelfs de autogordel is geen enkel probleem. In mijn auto klinkt de muziek van een CD die ik net heb aangeschaft: Concerto pour piano main gauche seule (concert voor de linkerhand in D majeur) van Maurice Ravel. De opname is bijzonder omdat het de fenomenale pianiste Yuja Wang en het Tonhalle Orchester uit Zürich samenbrengt. ‘Concert voor de linkerhand’ zegt mijn vader, ‘prachtig’. Met een ijsje in onze hand, en voor één van de kastelen die Gelderland rijk is luisteren wij naar het eerste deel. ‘Wist jij dat Ravel dit stuk schreef voor Wittgenstein? Dat was de oudere broer van de filosoof, Ludwig Wittgenstein!’ Ik knik instemmend. De wind wuift door onze haren als ik de auto terug naar huis stuur. In zijn kamer genieten wij samen nog even van een kopje koffie. De zon is weg, het is gaan regenen. ‘Moet jij straks nog terug naar huis, naar Zoetermeer geloof ik?’ zegt hij vragend. ‘Ik ga zo naar Zwitserland, naar Zürich’ zeg ik. ‘Is dat ver weg?’ vraagt hij. Bij de deur nemen wij afscheid. ‘Tot snel Pappa’ zeg ik, ‘ik kom snel weer terug. Erin is hier morgen!’ Hij kijkt niet begrijpend. ‘Erin? Die heb ik al heel lang niet gezien!’ Ik schud mijn hoofd. ‘Pappa, Erin was hier gisteren nog, samen met Inez!’ Minder dan dertig minuten later schuift de Duitse grens onder mij door. De regen is overgegaan in een galerij van regenstralen. Ik geloof dat ik zelf nog het meest moet wennen aan de nieuwe plek van mijn vader: hij lijkt zijn draai daar al te hebben gevonden. Gelukkig maar.

ludwig0425

Mede oprichter en vaste fotograaf van mantelzorgelijk. Woont en werkt in Amsterdam

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top