skip to Main Content

Down en up

In het weekend besteed ik tijd aan het invullen van verklaringen omtrent behandelverbod en euthanasie voor mijzelf, en die gaan naar de huisarts.

Ik ben er in gedachten al een tijdje mee bezig geweest.

Ik zie hoe mijn moeder met dementie leeft in het verpleeghuis, terwijl zij in haar goede dagen altijd riep: “Geef mij maar een spuitje, als ik het allemaal niet meer weet!”

Ik zie hoe mijn echtgenoot lijdt aan zijn leven in de zorginstelling, en ik lijd met beide mee.

Euthanasie is nog niet zo simpel, en al helemaal niet als het verstandelijke vermogen is aangetast.

Terecht uiteraard, voorzichtigheid is geboden, maar van deze twee naasten weet ik ook dat zij dit leven niet hadden gewenst en toch moeten zij dit nu leven.

Ik maak dus tijdig kenbaar dat ik dit voor mijzelf en voor mijn naasten niet wil, en binnenkort heb ik daar een gesprek over met mijn huisarts.

Vanmorgen zag ik een juichende kop in de krant boven een stukje over een zorginstelling dat zoveel jaar bestaat, en dat een vrouw haar moeder daar zonder problemen zou onderbrengen, want het is er zo gezellig..!

Weet zij hoe het er werkelijk achter de schermen aan toegaat?

Wie weet dat, als je even een uurtje op bezoek komt en je naaste niet veel meer kan vertellen?

Dan ga je af op de gezellige buitenkant, maar binnen moeten de bewoners de regie over hun eigen leven uit handen geven.

Zou de juichende dochter dit willen voor zichzelf, dat ze niet echt meer iets in te brengen heeft?

Denk het niet..

Ik zie wat het met mijn echtgenoot doet, ik zie mijn moeder, en ik weet beter.

Maandag belt hij op na zijn bezoek aan de werkplaats, en twee uur later belt hij weer, niet wetend dat hij mij al gebeld heeft en ik laat hem in die waan en “speel het spel mee”.

Ik maak hem alleen maar diep ongelukkig als ik dit niet zou doen.

Voorheen informeerde hij wel of hij misschien al gebeld had, maar ook dat doet hij niet meer.

Dinsdag als ik bij hem kom voor de natuuractiviteit, zit hij met een linnen servet onder zijn mond.

Vieze vochtige plekken overal op zijn kleding.

Ik vraag of hij de verpleging niet gebeld heeft, maar dan zegt hij dat hij niet bij zijn alarmknop kon komen, die om zijn hals hangt.

Hij heeft blijkbaar niet het oplossende vermogen om het vuile servet even weg te leggen en zodoende zijn hand vrij te maken om te kunnen bellen.

Ik druk de alarmknop in, maar er wordt niet gelijk gereageerd: ze weten dat ik er ben, dus dan hoeven ze niet zo hard te lopen.

Het duurt te lang, daar kunnen we niet op gaan wachten.

Ik maak een washandje vochtig en poets hem en zijn kleding zo goed mogelijk schoon, doe dan maar zijn aftershave luchtje op om eventuele nare geurtjes te camoufleren, en dan gaan we op pad, eerst nog langs de technische dienst.

Ik loop met mijn ene hand de transferrolstoel te duwen en bestuur met de andere hand de elektrische, met mijn echtgenoot daarin.

Hij kan zelf sturen, maar dan gaat het tempo flink omlaag en daar hebben we nu de tijd niet voor.

Onderweg komen we de ergotherapeut tegen die mij ziet lopen met twee rolstoelen en zij biedt aan om er één over te nemen, maar dan moet zij eerst spullen naar binnen brengen.

Ik wijs de hulp beleefd af, heb niet de tijd om op haar terugkomst te wachten en eerlijk gezegd ook geen zin in haar hulp. Ik red me wel.

Ben toch een beetje pissig om het gebrek aan bereidwilligheid om ons tegemoet te komen als het niet precies in hun straatje past en ik er zo voor moet knokken om iets voor elkaar te krijgen.

De transferrolstoel breng ik naar de technische dienst, voor de gordel die zij er nu toch op gaan maken.

Zoals afgesproken met de fysiotherapeut heb ik 80 euro bij me en twee pakken van de lekkerste stroopwafels voor de moeite, want ze rekenen zowaar geen montagekosten.

Met de stroopwafels wilde ik niet kinderachtig doen en ik heb zelfs twee pakken meegenomen.

Eenmaal daar binnen moet ik even zoeken naar een medewerker, die “verstopt” zit achter een hoge wand.

Ik zeg dat ik met de transferrolstoel kom waar zij een gordel op zouden maken, en dat ik gehoord heb van de fysiotherapeut dat zij dit voor 80 euro plus een pak stroopwafels in orde zouden maken.

De man ziet de envelop en twee pakken stroopwafels, is even stil, en zegt dan dat ik de envelop met de 80 euro mag houden.

Huhh?? Ik geloof mijn eigen oren niet en stamel verbouwereerd: “Is dat echt waar??”

Waarschijnlijk waardeerde hij het dat ik niet kinderachtig was met de stroopwafels, maar dat is een aanname.

“Ja”, zegt hij, “Ik doe het voor de stroopwafels en het geld mag je houden”.

Yes! Er bestaan nog mensen met een hart.

Ik ben er stil van.

 

 

 

 

 

Mayke de Vries

Mayke de Vries is na een carrière in de zorgsector nu vooral mantelzorger voor haar partner, die helaas na een grote hersenbloeding in oktober 2019 in een zorginstelling kwam te wonen. Zij schrijft op Mantelzorgelijk over de veranderingen in hun leven.

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top
X