Dit had ze nog nooit met iemand meegemaakt

Woensdagnacht doet mijn eega bijna geen oog dicht vanwege de pijn in zijn arm, vertelt hij, en donderdag was hij zo ontzettend moe dat hij tijdens de fysiotherapie bijna in slaap viel en de therapeut voorstelde om de sessie maar te stoppen.

Dit had ze nog nooit met iemand meegemaakt.

Mijn echtgenoot moet er ook wel om lachen, dat hij bij het gebruik van de leg press in slaap viel.

Het ging steeds zwaarder, zegt hij..

Om 17.00u belt hij mij nogmaals op, om te melden dat hij in bed ligt, omdat hij zo moe is, met twee paracetamol, die ik hem had aangeraden te vragen tegen de pijn.

Hij heeft volgens mij geen idee van de tijd, maar dat maakt hem toch niet uit.

Kans dat hij dan vannacht klaarwakker zal zijn…, maar ja…

Vrijdagochtend bericht van de zorg dat hij opnieuw slecht geslapen had en dat hij zelfs niet uit bed wilde.

Daar schrik ik toch wel even heel erg van, want normaal gesproken wil hij nooit toegeven aan vermoeidheid, zeer zeker ook niet toegeven dat hij moe is, en nu blijft hij vrijwillig in bed!

Allerlei doemscenario’s spoken door mijn hoofd, waaronder dat hij spoedig mijn overleden zus gaat volgen..

Ik moet de taxi annuleren voor zijn bezoek naar huis, en in plaats daarvan ga ik naar de zorginstelling.

Hij is wel goed aanspreekbaar en wakker, en hij wist dat ik mij ongelofelijk zorgen zou maken over hem en ook exact in welke richting mijn zorgen gingen.

Hij heeft nu “natuurlijk” gordelroos, en als ik daar informatie over opzoek op internet, lees ik dat iemand daar goed ziek van kan zijn, dus dat klopt dan wel weer met dit beeld van hem.

Zaterdag is hij wel weer uit bed, gelukkig.

Ik ga die dag op de fiets naar zijn oud collega en diens vrouw; even bijpraten.

Zij zijn eigenlijk de enigen die mijn eega nog opzoeken, want, mede door corona, zijn er helaas ook mensen afgehaakt.

Ik kan het begrijpen, maar ook weer niet.

De oud collega zegt het niet over zijn hart te kunnen verkrijgen om hem in de steek te laten, ook al is mijn eega niet meer degene die hij ooit was.

Dit is echte vriendschap.

Ondertussen heeft mijn eega er problemen mee om in de huiskamer te eten, maakt daar ruzie over met de zorgmedewerkers en weigert dan soms ook om te eten.

Vrijdag bij aankomst thuis, wil de taxichauffeur hem er niet uitrijden, want er zit een slag in één van de wielen.

Bij het erin rijden zat die er nog niet in, zegt de chauffeur.

Er ontstaat vervolgens een hele discussie, want de rolstoel is nu niet meer betrouwbaar en kan er niet uit, en ik zou mee moeten in de taxi om hem terug te brengen naar de zorginstelling.

De chauffeur weigert de verantwoordelijkheid te dragen.

Ik wil niet zomaar instappen, want hoe kom ik dan weer terug?

“Met de bus”, zegt de chauffeur.

Ja, dahag, daar heb ik dus geen zin in.

Zou de zorginstelling een oplossing hiervoor hebben, vraagt de chauffeur zich af.

Ik denk van niet, maar op zijn verzoek bel ik met de afdeling, en inderdaad schiet ik daar dus niks mee op, behalve dan dat ze daar nu weten dat we samen terugkomen en waarom.

De chauffeur had voorgesteld om ons samen naar Zandvoort terug te rijden, en dat ik dan ondertussen de rolstoel in de gaten houd, en daarna zal hij mij weer terugrijden naar huis, zodat ik vervolgens op de fiets weer naar Zandvoort terug kan gaan, want ik kan het ook niet over mijn hart verkrijgen om mijn eega nu “in zijn uppie” te laten zitten.

Eenmaal in Zandvoort moet ik iemand van de zorg erbij halen om mijn eega uit de taxi te halen, want ook dat doet de chauffeur nu niet.

Ze komen met z’n tweeën, en als mijn eega eruit is, met de rolstoel waar nu weinig aan te zien is, ga ik met de taxi mee terug naar huis.

Een uur later ben ik met de fiets weer in Zandvoort.

Ik overleg met de zorg wat te doen met de rolstoel, en aangezien die van ons zelf is, zal ik erover moeten bellen met de leverancier.

Het kost mij een half uur alles bij elkaar, om door de wachtrij te komen, en twee keer doorverbonden worden met een andere afdeling, om een reparatieverzoek in te dienen.

Zijn bloed loopt ervan weg, zegt mijn eega die hier getuige van is.

Ja, het mijne ook, maar het moet wel gebeuren.

De taxichauffeur vermoedde dat er een scheurtje in de velg van de band zou zitten, en dat de band zacht is.

Deze omschrijving geef ik door aan de leverancier, die toezegt dat er in de volgende week een nieuw wiel opgezet zal worden.

Ondertussen is mijn eega heel stil, en hij gaat pas echt praten tegen de tijd dat ik weer wegga.

Dat komt trouwens wel vaker voor.

Dinsdag is hij ook weer erg stil. Het is heel warm, maar hij heeft een vest aan.

Als ik vraag waarom dat is, zegt hij dat het ‘s ochtends nog koud was.

Ja, maar nu niet meer, en ik doe zijn vest uit.

Hij is slaperig (had ook weer slecht geslapen door zijn arm) en krijgt het op een gegeven moment benauwd.

Ik waarschuw de zorg en dan halen ze de vernevelaar voor hem.

Als hij op het apparaat wordt aangesloten, ga ik maar naar huis.

De zorgmedewerkers denken dat hij last heeft van de temperatuurschommelingen.

Het lijkt hun niet verstandig dat hij naar de herensoos gaat.

Ik kan om 20.00u even opbellen om te vragen hoe het dan met hem gaat, en hoor tot mijn verbazing dat hij toch naar de soos wilde, maar dat hij niet wilde eten..

Ik spreek mijn zorgen erover uit dat hij de laatste tijd slecht eet en slecht slaapt, en daar gaat nu inderdaad serieus aandacht aan geschonken worden, zegt de verpleegkundige.

 

Mayke de Vries is na een carrière in de zorgsector nu vooral mantelzorger voor haar partner, die helaas na een grote hersenbloeding in oktober 2019 in een zorginstelling kwam te wonen. Zij schrijft op Mantelzorgelijk over de veranderingen in hun leven.

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Back To Top