skip to Main Content

De Mantelzorgkamer – zorgen dat mantelzorgers niet zélf stuk lopen

mantelzorgDe Haagse Hogeschool is kennis en ervaringen aan het verzamelen over jonge mantelzorgers. Dat zijn kinderen en jongeren die voor één van de ouders of broertjes en zusjes zorgen. In mei moet daarmee in Den Haag de eerste Mantelzorgkamer van Nederland worden opgezet. Vorige week werden op de Haagse Hogeschool de eerste ervaringen uitgewisseld door studenten Human Technology.

Maar liefst 4 miljoen Nederlanders hebben zorg voor iemand uit hun directe omgeving. Dat is een kwart van de bevolking. Onder die zogeheten mantelzorgers zijn opvallend veel jongeren tussen 12 en 24 jaar die zorgen voor vader, moeder of een broertje of zusje. Goede cijfers zijn er nog steeds niet.

Dat die groep voor een groot deel buiten beeld blijft komt ook omdat zij zich vaak schamen, of ze glijden langzaam in hun rol als zorgverlener.

 

‘Meer oog voor jonge mantelzorger’

De Mantelzorgkamer kan jonge mantelzorgers helpen om zorg voor anderen en hun eigen onderwijs een beetje in balans te houden. Beleidsmakers en professionele hulpverleners moeten meer oog krijgen voor met name jonge mantelzorgers.

Dr. Deirde Beneken genaamd Kolmer staat aan de basis van de Mantelzorgkamer. Zij is lector Mantelzorg aan de Haagse Hogeschool. ‘Als professionele hulpverleners meer begrip hebben en beter samenwerken zullen mantelzorgers minder snel overbelast raken. Dat leidt tot een rechtvaardiger zorg.’

‘Zwaar gefeest zeker….’

‘Nu gebeurt het wel dat studenten die voor één van de ouders zorgen bijvoorbeeld, als ze op maandag een beetje lodderig uit hun ogen kijken, commentaar krijgen alsof ze in het weekend zwaar gefeest hebben’, zegt doctor Beneken genaamd Kolmer. ‘Terwijl ze tot ’s avonds laat met moeder in het ziekenhuis hebben gezeten.’

De zorg voor je naasten doen de meeste mensen met alle liefde. Beneken genaamd Kolmer heeft ook zelf al jong voor haar stervende vader gezorgd. ‘Ik vond het een geweldige ervaring om zo dicht bij mijn vader te kunnen zijn. Maar als jong onderzoeker kwam ik er al snel achter dat er ook heel andere verhalen zijn.’

‘Blij dat hij dood is’

‘Toen ik voor mijn promotieonderzoek het allereerste interview hield zei een vrouw die voor haar man had gezorgd: ‘Ik ben blij dat hij dood is, het duurde wel tien jaar. Hij was zo van karakter veranderd. Toen hij dood was heb ik meteen een reis naar Australië geboekt, dat wilde ik al heel lang.’

Deze vrouw was er dus wel aan onderdoor gegaan, dat mag niet gebeuren.’

‘Gewoon bij me zijn’

Over haar eigen ervaringen hield Deirde Beneken genaamd Kolmer een dagboek bij dat in 2011 leidde tot een boek: ‘Kamer zeven’. Ze leest een stukje voor.

‘Ik voelde je hand en vroeg aan je wat ik voor je kon doen. Je antwoordde: ‘Gewoon hier bij me zijn, ja, er-zijn…”

Avatar

Barbara Mounier

is journalist, netwerkbouwer, trainer en vertaler. Zij werkt in Nederland en Duitsland op het gebied van media, politiek en zorg.

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top
X