De mallemolen van het leven

Ja, de mallemolen van het leven.

Het is werkelijk op alle fronten onrustig, zowel in de wereld nu, als privé.

Mijn echtgenoot heeft ook zo zijn zorgen, en hij belt mij vrijdagochtend op met de vraag of ik drie shirts met lange mouwen voor hem mee kan nemen, want daar slaapt hij in.

Ik doe ze gelijk in de tas, zodat ik het niet kan vergeten.

Begin van de middag belt hij weer, en vraagt of hij al gebeld heeft.

“Ja”, zeg ik, “vanwege de shirts”.

Blijkbaar vindt hij dat nu niet erg om te horen, en als ik daarna zijn verhaal hoor, vermoed ik dat hij het gewoon even fijn vond om mij te bellen, want hij vertelt ruzie te hebben gehad met een zorgmedewerker.

Ik word daarna ook nog opgebeld door de bewuste zorgmedewerker, met haar “versie”, plus het bericht daarbij dat hij net twee epileptische aanvallen had gekregen, vlak na elkaar.

Mijn eega heeft vermoedelijk de afgelopen dagen teveel spanning opgebouwd rond het sterfbed van zijn moeder, en dan zoekt dat toch psychisch en fysiek een uitlaadklep.

Er was tussen beiden een discussie ontstaan rond het gebruik van het woord “lunch”.

Ik weet dat de woorden “lunch” en “diner” mijn eega weinig tot niks zeggen, en dat wist de zorgmedewerker nog niet, want het zijn in feite hele normale woorden, maar ze maken geen deel uit van zijn vocabulaire.

“Middageten” of “schaften”, “avondeten”: kijk, daar kan hij wat mee.

“Brunch” daarentegen kent hij weer wel, terwijl dat toch net zo’n “sjiek” woord is.

Ik vermoed dat hij dat kent en onthoudt, omdat hij dan allemaal lekkere dingen voorgeschoteld krijgt.

En soms zit er ook gewoon geen logica in, in wat hij wel of niet weet, en hoe zijn pet staat heeft daar vast ook nog invloed op, in elk geval op zijn manier van reageren.

Tsja, die aanvaringen tussen medewerkers en mijn eega: het zijn er al minder als in het begin, en ze zijn met hem soms gewoon niet te voorkomen, want dan is het net alsof hij daarop uit is, om stoom af te blazen.

Ik heb ze ook vaak genoeg met hem gehad; nu minder, haast niet meer, omdat we niet meer samenleven.

Ik begrijp de zorgmedewerkers ook: het is voortdurend een balans zoeken tussen begrip hebben en grenzen stellen (ten aanzien van alle bewoners), en dat valt echt niet altijd mee.

Tegen een collega van de medewerker leg ik nog wel uit dat ik zelf ook de woorden “lunch” of “diner” mijd, richting hem, wetende dat hij ze niet kent, en dat hij, dit nu voor hem zelf inschattend, niet de discussie aanging om te pesten.

Dat vond ik toch wel even belangrijk om te zeggen.

Zaterdag ga ik mijn zus bezoeken in het ziekenhuis.

Voorafgaand daaraan zoek ik nog even mijn ontspanning in een boswandeling.

Ondertussen belt mijn eega en ik vertel hem dat ik “straks” mijn zus ga bezoeken.

Hij vindt het oprecht erg; hij en mijn zus voelen zich verwant aan elkaar doordat ze beiden hersenletsel hebben.

Als ik in het ziekenhuis arriveer, word ik daar op de afdeling helemaal in beschermende kleding gestoken; alleen mijn haar mag onbedekt blijven.

Mijn zus is nog niet bij; ik leg mijn gehandschoende hand op haar arm en praat tegen haar, maar of ze er iets van meekrijgt is niet merkbaar.

Zondagochtend- en avond spreek ik mijn eega weer, maar hij vraagt niet naar mijn zus, waarschijnlijk teveel in beslag genomen door de situatie rond zijn moeder. Ik was hiervoor ook al “gewaarschuwd” door een zorgmedewerker, om daar niet al te hoge verwachtingen van te hebben.

Ik belast hem dan ook maar niet met mijn ervaringen rond mijn zus; die wissel ik weer uit met mijn zwager, met wie ik dagelijks contact heb.

En verder zijn er ook mensen in mijn omgeving die wel een luisterend oor hebben.

De hele maandag hoor ik niks van hem, en dat is toch vrij ongebruikelijk.

Ik durf hem ook niet op te bellen, want misschien is hij bij zijn moeder, en dan wil ik niet storen.

Eind van de avond belt hij: zijn moeder is eind van de middag/begin van de avond overleden.

Woensdag heeft mijn zwager een gesprek met het behandelend team van mijn zus en haar situatie schijnt toch niet hopeloos te zijn, dus dat is een klein lichtpuntje, al is er verder natuurlijk nog niets van te zeggen.

Donderdagochtend vraag ik mijn eega even te informeren bij zijn schoondochter wanneer afscheid en uitvaart van zijn moeder is, want dan kan ik daar rekening mee houden.

Niet op vrijdag, hoor ik daarna, dus dan kan hij weer eens een paar uurtjes naar huis komen.

Ondertussen ook nog bezig geweest met onze belastingaangifte, waar ik eigenlijk eerst niet aan had gedacht wegens teveel andere zaken aan mijn hoofd, maar waar ik door iemand op attent gemaakt was die er zelf mee bezig was.

Ik ben niet zo van uitstellen van wat ik doen moet, dus gelijk in actie gekomen, al is het ook niet bepaald mijn ding.

Dan ook nog contact gehad met de partner van mijn overleden moeder, die vrijdag wel graag bij ons langs wil komen, als mijn eega er ook is, dus dat spreken we dan gelijk af.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Mayke de Vries is na een carrière in de zorgsector nu vooral mantelzorger voor haar partner, die helaas na een grote hersenbloeding in oktober 2019 in een zorginstelling kwam te wonen. Zij schrijft op Mantelzorgelijk over de veranderingen in hun leven.

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top