skip to Main Content

Dagboek van een mantelzorger: ‘Niemand spreekt hier Turks’

 

Ik haal papa op. De klassieke muziek komt me tegemoet. Hij zit rustig aan tafel met nog 2 heren in de woonkamer. Een ervan is een nieuwe bewoner, een heel lieve stille man, hij maakt geen contact. Recent zijn er 3 dames overleden. Dat gaat heel stilletjes, ze verdwijnen van de ene op de andere dag. Ik zie bijna nooit andere familieleden. Ik hoop maar voor de overige bewoners dat ze wel bezoek krijgen. Ik vind het schrijnend. De Sinterklaas vlaggen hangen nog. Papa veert niet meer omhoog als hij me ziet maar lacht rustig. De verzorgster (die ik niet ken) geeft hen een kop koffie. Ik stel me voor en geef een hand. Ze zegt dat ze invalkracht is vanuit het uitzendbureau (daar gaan we weer). Net als in de zomer zijn er in de december maand veel nieuwe medewerkers. Dat zei papa al en ik merk het ook. Daarna komt er weer een nieuw gezicht/verzorgster vanuit de andere woonkamer, ik stel me dit keer niet voor, waarom moeite doen? Doen zij ook niet. Ze is wel heel vriendelijk en ik vraag haar papa’s insuline en zeg dat ik hem op woensdag altijd meeneem. We gebruiken familienet, daar staat het schema van papa in, maar niemand die daar naar kijkt (behalve de EVV’er op ons aandringen).

Sokken
Ik neem zijn vuile was mee en vind een paar sokken die niet van hem zijn. Ik geef ze aan de verzorgster en vertel dat hij waarschijnlijk als hij geen sokken heeft bij anderen sokken pakt. Zijn sokken liggen in een tas in de kast bij de verzorgers omdat hij steeds 3 paar over elkaar heen trok waardoor de bloedstroom werd bekneld. Blijkbaar wist ze het niet “oh, liggen ze in de kast”. Het staat ook met grote letters op zijn kast. Maar nee, dat leest men niet en nee, het staat niet in de i-pad waar wel de medicatie in staat. Zorg is goed, maar welzijn heeft geen plek.

Niemand spreekt Turks
In de auto zegt hij bloedserieus dat ik met de mensen daar moet gaan praten want “niemand praat Turks, iedereen praat Nederlands de hele tijd”. Ik merk dat hij heel sociaal is en contact maakt met velen. Daar krijg ik ook regelmatig complimenten over. Dat hij zo leuk en aardig en zorgzaam is. Van binnen denk ik “papa, hier is de zorg goed, het is afgesloten en het is 5 minuten van mijn huis”. Maar ik snap hem wel. Ik moet naar de bank en neem hem mee, hij gaat op de mooie bank op mij wachten en lacht de hele tijd. Hij is super vrolijk en zwaait naar de medewerkster als we weggaan.

Mijn kind
Natuurlijk is papa mijn papa maar hij is ook mijn kind. We gaan even naar de Jumbo. Hij kijkt gebiologeerd naar de plakken cake. “Zullen we dit kopen?” Hij is zo’n snoepkont. Natuurlijk kunnen we dat kopen en na het betalen kan hij niet snel genoeg de verpakking openen om het plakje cake te verorberen

Hij is steeds wiebeliger, dat merk ik bij het in- en uitstappen, hij zoekt steeds houvast en houdt mijn hand vast bij het lopen. Hij komt ook niet meer goed uit zijn woorden. Maakt halve zinnen, of zegt de dinge van de dinge door de dinge…………. Toch voelt het vertrouwd en fijn. We eten samen, hij maakt grapjes met de jongens en geniet van zijn Turkse koffie die manlief maakt. En hij wil gelijk terug na het eten. “Ja ze wachten op me”.

Avatar

Fatos Ipek-Demir

Fatos' vader heeft Alzheimer sinds 2012. Ze maken veel mee samen. Geweldige belevenissen maar vaak ook belachelijke, pijnlijke en leerzame.

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top
X