Controle

Maandag 7 november werd ik om 10 uur verwacht op de afdeling radiologie van het ziekenhuis. Mijn longen mochten weer op de foto voor controle. Ogenschijnlijk rustig en laconiek, maar van binnen trillend als een rietje, stapte ik het ziekenhuis binnen. Alleen dit keer. Wat blijft het toch iedere keer weer een zenuwslopend iets. Henk ging dit keer niet met mij mee, omdat ik geen aansluitende afspraak had met de arts voor de uitslag, maar een belafspraak op dinsdagmiddag. Wat duurt 24 uur dan ineens lang!

Onverwacht ging maandag rond 12 uur al mijn telefoon. Het privénummer bleek mijn arts te zijn, die mij niet onnodig langer in spanning wilde laten zitten. Zo fijn om een empathische arts te hebben! Hij vertelde mij het best denkbare nieuws: geen afwijkingen en geen verdenkingen op uitzaaiingen gevonden. Dit betekent dat ik de eerste “magische” grens voorbij ben: de eerste 2 jaar na mijn operatie zijn achter de rug. Vanaf nu hoef ik nog maar 2x (in plaats van 3x) per jaar op controle. Een nieuwe mijlpaal!

Na het telefoontje van de arts heb ik eerst even heel stil voor mij uit zitten kijken om het goede nieuws te laten landen. Daarna danste ik een rondje om mijn bureau, pakte ik mijn telefoon en belde ik Henk. Die moest spontaan huilen toen ik hem het goede nieuws vertellen. Ontlading van spanning bij ons allebei na een weekend vol zorgen, angst, stress en wederzijds onbegrip.

In onze angst hadden we namelijk allebei een andere afslag genomen. Waar Henk vooral behoefte heeft aan dicht bij elkaar zijn en samen dingen doen, heb ik vooral behoefte aan een plekje voor mijzelf, aan ruimte en stilte. En hoe harder Henk aan mij trekt en bijna smeekt om aandacht, hoe meer ik me in mijzelf terug ga trekken, (emotioneel) afstand ga nemen. Alles om maar die ruimte te pakken waar ik zo’n behoefte aan heb. Uiteindelijk leiden onze tegenstrijdige bewegingen tot een flinke botsing. Het knettert behoorlijk tussen ons.

Want ook al begrijp ik Henk en zie ik dat hij mij en mijn aandacht echt nodig heeft, mijn eigen behoefte is groter. Ik kan hem simpelweg even, voor 1 keer, niet geven wat hij van mij nodig heeft. Ik kan hem mij niet laten troosten, zoals hij dat zo graag wil. Dat heeft niets te maken met hem of met ons. Ik ben simpelweg altijd al zo geweest. Eerst zelf het gevecht in mij uitvechten, eerst zelf mijn gedachten ordenen, emoties verwerken, pas dan ontstaat er ruimte voor de ander.

Net het geruststellende telefoontje van de arts ontstond er ruimte voor reflectie, compassie, toenadering en uitleg. Henk snapt nu dat ik niet wegloop van hem, maar dat ik op zoek ga naar rust in mijzelf. En dat dat iets is waar hij, waar niemand, mij bij kan helpen. Zijn sterke schouder van troost, geruststelling en vertrouwen komt voor mij pas daarna in beeld. We waren het er samen over eens: waar het al bijna 6 jaar lang primair en vooral om Henk draait, mag het tijdens mijn controle even, heel even, om mij gaan. Nu alleen hopen dat dit in zijn door NAH verstoorde brein beklijft en er over een half jaar minder onbegrip en vooral ook minder vuurwerk tussen ons ontstaat.

 

 

Ellen werkt als HR Manager en geeft groepsles op de sportschool. Op 3 december 2016 kreeg haar echtgenoot Henk op 53-jarige leeftijd vanuit het niets een zwaar herseninfarct. Sinds die dag is zij zijn mantelzorger en zoekt zij naar de beste behandeling, naar nieuwe paden die kunnen bijdragen aan herstel en naar antwoorden op haar vele vragen. Met haar blogs over de wondere wereld van NAH wil zij meer bekendheid geven aan de impact van NAH. Op Mantelzorgelijk deelt zij verhalen uit haar leven met een partner met NAH.

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top