Code Rood is een verpleeghuis voor mensen met dementie

Vorige week reed mijn vriendin Marieke (66 jaar) in aan haar geleende auto opgewekt naar het verpleeghuis waar haar 89-jarige vader met dementie in een vergevorderd stadium woont. In een bewonersgroep met nog zeven mensen. Het was een paar weken geleden dat zij haar vader bezocht, omdat het veel te koud was geweest, met harde wind, om zo’n 12 km naar dit verpleeghuis te fietsen.

Na recentelijk een familiebijeenkomst te hebben bijgewoond, ongeveer twee weken geleden, begreep Marieke al snel dat dit overleg vooral bedoeld was om familieparticipatie bij haar en andere mantelzorgers op te leggen. Zij voelde de min of meer verplichte opdracht om mee te komen helpen als een loodzware steen op haar hart en schouders drukken. Aan mij vroeg ze: “Hetty, wat zou jij doen?” Ik antwoordde: “Je kunt het een keer proberen door tijdens de warme maaltijd je vader te gaan helpen met eten geven.” Marieke mocht mijn auto lenen.

Natuurlijk hadden Marieke en zorgverlener Daphne er die dag van ongeveer 17.00 tot 18.30 uur een gezellige eetgelegenheid van gemaakt. Dat kan ook mijn vriendin wel!
Zij zag en hoorde haar vader en de meeste bewoners genieten van de door de gastvrouw versbereide zuurkoolstamppot met heel klein gesneden stukjes worst en vanille paptoetje. Heel graag zou Marieke vaker in deze bewonersgroep willen helpen, maar de tijd en het goede vervoersmiddel ontbreken haar. Zij is ook mantelzorger voor haar andere vriendin, een alleenstaande en nog zelfstandig wonende vrouw, 64 jaar, met de ziekte Multiple Sclerose. Deze bijna volledig zorgafhankelijke vrouw is langzaamaan in de palliatieve fase gegleden en woont op vijf minuten loopafstand van Marieke.

Dankbaar zou elke manager van het verpleeghuis moeten zijn dat familieleden en/of mantelzorgers hun aandacht en meewerkende handen in een bewonersgroep aan hun dierbare geven, zij het sporadisch, maar ik vind dat dit nooit een verplichting moet zijn, en helemaal niet 2 á 3 keer per week.

Marieke vertelde mij dat zij het erg confronterend vond om te zien dat Daphnes rug snel een grotere slijtageslag krijgt, net als jij zei ze. Bovendien zag zij aan de gezichtsuitdrukkingen van Marieke en haar assistente soms een met inspanning ingehouden boze opmerking naar bewoners toe; een mentale overbelasting bij beide zorgverleners lijkt ‘verborgen’ aanwezig. Sinds vorig jaar september moeten deze zorgverleners en hun collega’s een continudienst draaien, bijvoorbeeld van 14.00 tot 22.00 uur en van 20.00 tot 07.00 uur. Vanwege zieke en vakantievierende collega’s werken zij met deze zeer kwetsbare mensen regelmatig in hun eentje… Wel worden door het verpleeghuis, alleen overdag en ’s avonds en niet ’s nachts, ‘zwerf-zorgverleners’ ingezet. Deze flexibele kracht-vrouwen werken met hun lichamelijke ondersteuning waar nodig.

Marieke en ik filosofeerden gisteren met een kop koffie aan mijn serretafel.
Zouden haar vader, Rika, Nina, Johan, Karel, Meike, Coen en Doortje die telkens nog meer zorg nodig hebben, wel of niet aandacht momenten tekortkomen. Zouden bewoners deze zorgverleners, feitelijk hun vaste vertroetelaars aan hun bed en/of rolstoel van tijd tot tijd missen. Wij denken van wel! Wij zijn allebei mantelzorger van onze moeder met dementie geweest; tot aan hun overlijden.
Mijn vriendin had gezien hoe zorgverlener Daphne en haar assistente feitelijk de zeven andere bewoners eerst respectievelijk moesten vermaken, medicatie geven, troosten, verschonen, van een rolstoel op bed moest leggen en rond 17.30 uur vijf van de andere zeven (over)vermoeide bewoners tegelijkertijd eten moest geven.

Verschrikkelijk vond Marieke het om te zien hoe Daphne in spitsuurtijd haar lijf in allerlei (verkeerde) bochten moest wringen om haar taken goed te blijven stroomlijnen.
Doortje werd in haar bed gelegd omdat zij te vermoeid was om nog langer rechtop in haar rolstoel te kunnen zitten. Daphne reed haar in bed terug in het woongedeelte. Plotseling, zonder enige aanwijsbare reden, begon Doortje hard te vloeken en te tieren, tussen de happen zuurkool door. Dit voelde voor Marieke als sfeerverpestend voor de andere bewoners, maar waar had Doortje dan moeten eten? Op haar eigen kamer is geen optie meer, want Daphne en haar assistente kunnen de andere bewoners niet aan hun lot over laten. Of wel?!

Met een van de zelfstandig lopende bewoners had Marieke de keuken opgeruimd, de placemats en tafel met een sopdoekje afgenomen. Daarna heeft mijn vriendin, samen met haar vader en nog een paar bewoners en met een enigszins uitgeputte Daphne een laatste kop koffie/thee gedronken. Haar assistente bracht Nina naar bed, wat geen eenvoudige vaardigheid is. Mijn vriendin begreep dat deze lieve, maar wel veel aandacht opeisende en zware dame altijd met behulp van een tillift de transfer van haar rolstoel naar bed moet krijgen. Eenmaal in bed moet zij nog een paar keer gedraaid en verplaatst worden om verschoond en omgekleed comfortabel in slaap te kunnen vallen. Hiermee ging Daphne haar assistente helpen. Logisch. Johan, die in zijn stoel in slaap was gevallen, moest hierna snel naar bed worden geholpen.
Pas toen beide zorgverleners terugkwamen is mijn vriendin, na een blije omhelzing met haar vader en de anderen, huiswaarts gekeerd. Marieke vertelde mij dat zij toen met gemengde gevoelens in mijn auto zat. Zij loopt nu vooral met een verschrikkelijk schuldgevoel rond en had nauwelijks kunnen slapen, omdat zij weet dat ze niet aan de verplichting “meehelpende mantelzorger” kan voldoen.
Wij zeiden tegen elkaar, intussen met een half glaasje wijn en een schaaltje zoute koekjes binnen handbereik: “Hoe zou minister Conny Mist slapen?!”

(*) In het kader van de privacy heb ik gefingeerde namen gebruikt.

Hetty Termeer (1953) is oud-wijkverpleegkundige en oud-docent gespecialiseerd in ouderenzorg; vooral vaardig in de omgang met mensen met dementie en/of pijn door mishandeling.

Zij schreef al jaren binnen de ‘veilige muren’ van een grote thuiszorgorganisatie in de Betuwe. Vanaf 2019, richting haar pensionering, is Hetty auteur.   

In haar boek Ouderenmishandeling komt in de beste families voor vertelt zij autobiografisch in achttien heel diverse korte verhalen over haar praktijkervaringen met ouderenmishandeling,

https://www.boekengilde.nl/boekenshop/ouderenmishandeling-komt-in-de-beste-families-voor/

Haar boek is in 2020 vertaald in het Engels, Elderly Abuse Happens in the Best of Families.

Hetty geeft lezingen en verzorgt workshops in Nederland.
Haar tweede boek verschijnt in februari 2024 onder de titel: Van goeden huize maar emotioneel verwaarloosd.
Taboedoorbreking binnen de ouderenzorg.

Hetty heeft jarenlang intensieve mantelzorgtaken verricht voor haar vader, moeder en tante. Samen met haar man is zij mantelzorger voor een 77-jarige minderbegaafde en lichamelijk gehandicapte neef die in een verpleeghuis woont.

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top