skip to Main Content

Cliché? Zeker, maar het is mijn cliché!

“Ik had nooit gedacht dat ik dit zou doen. Ik wist niet dat het ZO moeilijk zou zijn.”  Dit soort uitspraken heb ik door de jaren heen vaak gehoord. Meestal als ‘oude mensen’ het over de zorg voor hun ouders hadden. Ik dacht dan, “Hoe cliché is dat! Deze mensen zijn zowat vijftig! Hun ouders moeten echt wel heel oud zijn!” Clichés? Zeker, maar clichés komen niet uit de lucht vallen, er is een reden voor hun bestaan.

Toen ik opgroeide waren mijn ouders elke avond thuis. Helemaal van de blauwe knoop, ze dronken nooit, gingen nooit naar wilde feesten, clubs of cafés. Ze golfden niet, speelden geen tennis en hadden geen zeilboot. Mijn ouders zijn tijdens de depressie geboren. Het was hun droom om een 9-5 baan te hebben, op zaterdag in de tuin te werken en naar de kerk op zondag. Elke week, elke maand hetzelfde. Het was een sleur denk ik, maar zij waren van die sleur gaan houden.

Mijn vader was nooit het type om ’s avonds met vrienden uit te gaan, of zelfs maar met de jongens in de boot te gaan vissen. Er was geen boot, niemand ging vissen en de vrienden hadden dezelfde interesses als hij: hij was geobsedeerd door vee. Simpel gezegd, hij was een cowboy, en nog een echte ook. Een echte rodeo cowboy, het complete pakket van hard werken, miserabele winsten, zorgen over regen, voerprijzen, hooi, kalveren en ziekte. Hij hield ervan en kon zich niet voorstellen dat hij ooit iets anders zou doen. Zestig jaar lang.

Toen hij dat moest opgeven, nam dat alle wind uit zijn zeilen. Vastgelijmd aan de luie stoel en verbannen naar de herhalingen van Gun Smoke. Hoe verbitterder hij werd, hoe gemener hij werd. Gemeen tegen mijn moeder en mij. Niet alleen chagrijnig maar echt gemeen.

Na een jaar heen en weer geren tussen mijn eigen huis en mijn ouders, trok ik bij hen in om voor beiden te zorgen. Met hun gezamenlijke gezondheidsproblemen kon ik zelfs de eenvoudigste boodschappen niet doen, laat staan koken. Zelfs eten bij McDonald’s was te veel. Op een dag kwam ik daar ’s avonds aan, en geen van hen had iets gegeten sinds het ontbijt. Ze waren zelfs te moe om die vijf kilometer naar de stad te rijden om iets af te halen. Vanaf die dag nam ik het heft in handen.

Ik was altijd een goeie zoon geweest, maar mijn vader had de voorkeur voor mijn oudere zus. Lang en blond, mooi en energiek, het was niet moeilijk te begrijpen waarom hij meer belangstelling voor haar had. Hij was wel altijd eerlijk en zorgde ervoor dat hij mij net zo goed behandelde als haar. We kregen dezelfde dingen toen we opgroeiden, bijna tot op de cent, maar zij was de favoriet, geen twijfel mogelijk.

Kleine meisjes hangen vaak aan hun vader, en dat was bij ons ook het geval. Mijn moeder was altijd mijn bondgenoot, en is dat tot op de dag van vandaag. Wat zo verbijsterend was, was dat mijn kerkgaande, zondagsschool gevende zus eigenlijk nooit probeert te helpen. Ze woont tien minuten van mijn ouders vandaan, en een paar keer per maand brengt ze iets te eten mee, maar ik ben verantwoordelijk voor de overige 80 maaltijden.

Ik rij ook altijd, maak alle afspraken, breng ze allebei naar hun doktersafspraken, tests en dergelijke. Ik regel al het papierwerk, zorg voor de was, thuiszorg, reparaties in en om het huis en ik dien bovendien als raadgever, kok en scheidsrechter bij hun vele ruzies. Als je daar de zorg voor de huisdieren en de kattenbak aan toevoegt, lijk ik soms meer op een circusdirecteur.

Ik heb wel eens een schatting gemaakt dat ik hen in de laatste tien jaar naar meer dan 200 doktersafspraken heb gereden, waarschijnlijk tegen de 300. Mijn zus? Ik denk ongeveer vier. Mijn vader heeft nu dementie, en is een grotere schoft geworden. Hij was altijd al schofterig tegen mij, maar het is nu geëscaleerd. Ik denk dat hij meer verwachtte dan ik heb geleverd en hij voelde zich altijd bedreigd door mijn intellect. Dat heeft hij me herhaaldelijk gezegd, maar nu is alles nog erger geworden. Verbale aanvallen kunnen venijnig worden.

Soms is het moeilijk om het niet persoonlijk op te vatten, maar ik ben gedwongen om mijn schouders op te halen ook al weet ik dat hij nog steeds wel weet dat het niet goed is wat hij doet. Hij zegt af en toe nog dank je wel, dus zijn ware ik moet toch nog ergens in zijn lichaam zitten.

Mijn moeder is nog steeds even lief, maar erg veeleisend. Al die jaren was zij de spil hier. Ze zorgde voor alles in het huishouden en werkte daarnaast 40 uur per week op kantoor. Drieënveertig jaar lang. Nu ze dat niet meer kan, gooit ze al die taken mijn kant op, zich niet altijd realiserend hoeveel ze van me vraagt. Stel je de titel van een boek voor: ‘Opgepeuzeld door eenden’. Zo voelt het met mijn moeder. Ik kan de snavelafdrukken bijna zien als ik aan het eind van de dag over mijn pijnlijke benen en voeten wrijf.

Ik vraag me vaak af waarom ik dit doe. Waarom ik zo hard werk. Zeker, ik doe mijn best om ze uit het verpleeghuis te houden, en dat weten ze allebei. Het is geen geheim. Ze willen zoveel mogelijk van hun bezittingen sparen om aan mij en mijn zus door te geven, ook al is zij er nooit. Ik ben de dupe, ik vang alle klappen op en het ziet er naar uit dat dit nog lang zo door zal gaan. Thuiszorg is een uitkomst, en er is ook een vertrouwde vriend die een keer per week komt schoonmaken. Maar toch… 21 maaltijden per week, week in, week uit. Supermarkt, schoonheidssalon, postkantoor, dokter, dokter en meer dokter, kerk. En herhalen maar. Nu is het mijn sleur geworden, inclusief verbaal misbruik en snavel littekens.

Soms zie ik het alsof ik een rol in een toneelstuk speel. Ik ben de hoofdrolspeler en zij zijn geen medespelers maar tegenspelers, omdat zij niet de mensen zijn die ik ooit kende. Het is bijna surrealistisch om mantelzorger te zijn voor de mensen die mijn idolen zouden moeten zijn. Ik heb veel over ze geleerd tijdens deze beproeving. Ze zijn mijn vrienden geworden, meer dan dat ze nog mijn ouders zijn, en daarom kan ik nu dingen zeggen die ik vroeger niet had gedurfd. Ik heb ook heel veel over mezelf geleerd.

Nu ik dit recht zelf verdiend heb, kan ik het ook hardop zeggen: “Ik had nooit gedacht dat ik mantelzorger zou worden, en ik had helemaal nooit gedacht dat het zo moeilijk zou zijn.”

Cliché? Zeker, maar clichés zijn gewoon de harde waarheid die in een uitgekauwde slagzin is gehamerd. Neem zelf het heft in handen of accepteer de kritiek. Ik blijf voorlopig in een sleur heen en weer rennen, maar het is mijn sleur, en het is goed zo.

Mariette Otten McGovern

is vertaalster, musicus en werkt als taalcoach voor Rosetta Stone. Ze woont en werkt in Florida, in de Verenigde Staten.

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top
X