Begeleid wonen of niet?
Bovenstaande vraag heeft ons even goed bezig gehouden en zelfs voor ruzies gezorgd.
Dat is ook niet zo verwonderlijk, het is niet niks.
Niet iets waar je even makkelijk over beslist.
Het hek was van de dam, toen ik je voorzichtig vertelde wat de revalidatiearts samen met het team had bedacht als “oplossing” voor jou en voor mij.
Misschien wel voornamelijk voor mij, omdat ik toch wel aangaf het in zijn geheel “zwaar” te vinden.
Eigenlijk heb je de hele dag door wel wat hulp nodig, ben je wisselvallig in wat je wel en niet doet.
Van de week trok je ook weer een shirt achterstevoren aan.
Is dat erg?
Nee, wel vervelend om als partner steeds met dit soort dingen geconfronteerd te worden.
En dit is natuurlijk maar één klein voorbeeldje van wat zich op een dag kan voordoen.
Je was hels, toen je hoorde wat men met je van plan was.
Ik had al aangegeven dat dit geen oplossing was.
Niet voor mij, dan zou ik beter bij je weg kunnen gaan.
Niet voor jou, je zou het niet accepteren.
Niet voor je familie, ze zouden het niet accepteren.
Ik probeerde er nog met je over te praten, je gerust te stellen, maar je was niet meer “bereikbaar”; vast in je angst om je huis uit te moeten.
Ik zei nog dat je je huis niet uit zou hoeven gaan, want dan zou ik zelf wel vertrekken.
Maar dan ben ik jou ook kwijt, riep je angstig en boos uit.
Afijn, je was zo door het lint, dat je mij niet aan je zij vertrouwde als we naar de revalidatiearts zouden gaan, om één en ander verder te bespreken.
Je schoondochter moest mee, want zij zou het wel voor je opnemen.
Schoondochter en je zoon kwamen op hoge poten naar ons huis, na jouw ongeruste telefoontje, en jouw wantrouwen zag ik ook bij hen terug.
Ik trok mij terug, er viel niet te praten.
Een paar uur later ben jij gerustgesteld, want je kunt thuis blijven.
Volgens mij heeft de revalidatiearts zich eruit “gekletst”, ze had waarschijnlijk ook geen zin in “rottigheid”.
Daarna komt bij mij de klap van al het wantrouwen, zowel van partner als van bijbehorende familie.
Jij bent er gauw klaar mee, want je kunt immers thuis blijven wonen, en het was toch allemaal te verklaren vanuit jouw angst?
Dat je mij gepasseerd hebt, was volgens jou logisch, dat je familie mij ook wantrouwde was inderdaad niet “leuk”, maar ja, ze beschermden je, zeg je.
Eigenlijk is daar de kous mee af voor jou en ik zit met een brok in mijn keel, al zeg je dat je het er nog weleens met ze over zal hebben.
Ja, dat ken ik onderhand, en lost niet echt iets op.
Je wil dat ik er zand over gooi, maar zo makkelijk gaat dat bij mij niet.
Ik heb er slapeloze nachten van, drie achter elkaar.
In de derde nacht ga ik stilletje mijn bed uit, schrijf een mail aan schoondochter en zoon “van” en lucht mijn hart.
Hoe erg ze mij geraakt hebben met hun wantrouwen, hun opmerkingen, hun houding richting mij.
Ik ben deze relatie in goed vertrouwen begonnen, maar wat is er nu eigenlijk nog van dit vertrouwen overgebleven?
Wat is er nog van de relatie over gebleven?
Hoe is zo’n relatie vol te houden als ook de familie zich nog eens gereserveerd opstelt?
Hoe ik mij heb gevoeld heb ik opgeschreven, in de hoop dat het ze tot andere inzichten kan brengen.
Ondertussen geloof ik dat dat gelukt is.
Hoe staat het nu met mijn eigen inzichten eigenlijk.
Wil ik die onder ogen zien?
Ze knagen aan mij.
Comments (0)