skip to Main Content
Beers Wereld: Moeder En Zorgbemiddelaar

Beers wereld: Moeder en zorgbemiddelaar

“Ja, goedemorgen met de moeder van Beer, relatienummer die en die”. Ik belde nog maar eens een keer met het Zorgkantoor.

“Ik heb met een collega van u van zorgadvies een paar keer gesproken over de berekening van de zorgmodule van zorg in natura van de zorgaanbieder. Nu was het zo dat ze na de foutieve beschikking van vorige week een nieuwe goede berekening had gemaakt. Toch schrok ik toen ik afgelopen zaterdag weer het zelfde lage bedrag op de nieuwe beschikking aantrof. Ik wilde dus even informeren of het juiste bedrag inmiddels al is verwerkt?”.

Een normale ochtend nadat ik Beer op school heb afgezet, dit keer niet zijn lunch vergetend aangezien ik nogal in zijn stage schema zit de laatste tijd.

Ik kreeg een beschikking terug van het PGB budget waar even 8 duizend euro vanaf was gegaan. Gelukkig was ik al bezig met een “extra kind thuis” bedrag wat ze vergeten waren mee te berekenen. Helaas werkt de verwerking van hun bureaucomputers wat vertraagd waardoor mensen zoals ik waarschijnlijk dagelijkse hartverzakkingen te verwerken hebben.

Toch moet je daar zelf weer achteraan dus mocht ik me nog moeten omscholen als Beer uit huis gaat dan kan ik altijd nog in de zorgbemiddeling.

Ik hing de telefoon op na de bevestiging dat de nieuwe beschikking al verwerkt is bij de SVB dus ging mijn bloeddruk ook spontaan weer omlaag.

Het volgende telefoontje kwam van de logopediste van Beer, die ik in een vlaag van laatste hoop had opgetrommeld om Beer op zijn enige schooldagje voor de laatste paar maandjes net nog even wat meer input te kunnen geven voor meer praten. Je weet maar nooit, wonderen bestaan.Bleek dat Beer aan zijn plafond van spraak/taal zit en vanwege zijn autisme problematiek niet veel meer taal aan kan leren.

Ik zag Beer voor me die vanmorgen uit de douche zijn wangen vol blies in afwachting op mijn vinger, waarop hij met veel gepers en gehinnik zegt: ” geen ballon!”.

“Nee, vertelde de jonge wat nerveuze logopediste verder, ik heb een test afgenomen en hij kan erg goed dingen nazeggen maar echt nieuwe taal krijg ik er niet erg uit, laten we maar zeggen..mevrouw”.

Ik vertel dat het mij niet erg verbaast maar dat ik blij ben het toch te hebben geprobeerd. Ik krijg binnenkort het verslag wat weer met andere verwachte verslagen voor het CIZ kan worden opgestuurd voor de herindicatie.

Beer heeft geen brabbelfase gehad bedenk ik me. Dat werd steevast gevraagd bij het consultatie bureau toen ze wat ongemakkelijk naar Beer keken terwijl hij heen en weer bewegend op de grond van het kantoortje zat met zijn blauwe plastic zandbakzeef. Af en toe bracht hij deze dicht tegen zijn gezicht, waardoor hij enorm scheel keek. Ik lachte vertederd naar hem terwijl ik daar in dat kantoor een enorm naar gevoel probeerde te onderdrukken. Alsof ik werd getest op mijn moeder skills en vreselijk faalde.

Door de nare stinkende oorontstekingen met lijmoren dachten we dat Beer zowat doof was omdat hij na meerdere keren “Beer?!” te roepen nog niet om keek.

“Mama” was een woord wat ik ver weg had gedrukt onder een gevoel van hoop en angst. Met het opdreunen van “Ach” (8) was ik al enorm trots en blij toen hij 3 was.

Ik fietste naar de andere kant van de stad voor zijn eerste logopediste waar ik meer tips kreeg dan ze Beer iets kon leren zeggen. Want echt praten doet hij nog steeds niet. Wel zegt hij een heleboel.

Na nog een andere lieve logopediste en een school voor spraak/taal stoornissen ging Beer steeds beter duidelijk maken wat hij wilde in het leven.

Gebaren en pictogrammen heb ik allemaal achter de hand gehouden maar meer dan een gebaar van wuiven naar hem, met mijn vinger wijzen naar mijn open mond voor : we gaan eten, of tikken op mijn pols dat het tijd is, zit er niet in.

Hij wilde niet gebarentaal aanleren, eigenwijs tiepje.

Een map met picto’s die hij op een bladzijde kon plakken om daarmee te praten heb ik bijna aangeschaft. Toch is het goed dat ik net zo eigenwijs ben of erger. Ik heb Beer waarschijnlijk gewoon telkens irritant taal laten uitlokken waardoor hij best kan aangeven naar welke plaats of winkel hij wil voor wat en welk eten.

Zo staan we op zondagochtend ook in de bakker waar ik hem aan het woord laat.

“Die!” zegt hij dan terwijl hij wijst naar een kaasbroodje. “Mag ik een kaasbroodje?” laat ik hem nazeggen. De winkelmevrouw speelt er leuk in mee en vraagt aan Beer of hij er 1 of 2 wil. “Twee!” zegt Beer.

Ik moet nog altijd voorzeggen dat hij dan bedankt zegt en vooral gedag. “Daaag” zegt hij met een mooi monotoon geluid en we gaan weer verder.

Zo bedenk ik me dat voor hem nooit een plafond is bereikt in praten aanleren.

Hij moet het gewoon hebben van leren uit het dagelijks leven. Broodjes bestellen en zelf laten zeggen welke opblaas ballon hij dit keer wilt bij de feestwinkel.

Ik help hem gewoon daarbij in mijn rol als zorgbemiddelaar moeder.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top
X