skip to Main Content
Beers Wereld: Frustratie Seconde

Beers wereld: Frustratie seconde

Soms, als ik niet goed slaap en met koppijn wakker word, kan ik een seconde een enorm gevoel van zelfmedelijden krijgen. Medelijden voor haar, die het dan zo zwaar heeft dat ze niet meer de positieve, jezelf aan de kant zettende instelling beheerst die ervoor zorgt dat je soms meer overleeft dan leeft.

Hier volgt altijd een behoorlijk gevoel van bozigheid naar alles en iedereen wat echt totaal kansloos is als ik iets tracht te willen veranderen aan bijvoorbeeld het gedrag van Beer die altijd heerlijk zijn goddelijke zelf is en niet hoeft te veranderen maar dat wil ik gewoon dan even niet zien.

Dit als inleiding van afgelopen zondagochtend toen ik om half 7 op de bank zat, met een kopje koffie, de migraine pil een kans gevend. Het zusje lag , weer terug van haar vakantie, nog lekker uit te slapen en Beer was al als een orkest een demonstratie aan het geven van alle gekke geluiden die hij in zich had terwijl hij het pak printpapier op verscheurde aan cijfers met een dikke laag vetkrijt op het bureau achterlatend.

Vanwege mijn medelijden met mijzelf had ik geprobeerd in duidelijke taal 3 punten met hem te willen overleggen, op weg naar het bos met de honden om 8 uur.

1: ruim alsjeblieft die enorme berg aan snippers op in de vuilniszak die naast je bureau staat of de enorme shopper die ik ook gebruik om die vuilniszak mee te kunnen vullen.

2: Hou alsjeblieft op met het continu maken van de meest irritante en keiharde geluiden waarvoor ik me genoodzaakt voel om daar de hele tijd voor in te moeten grijpen zodat het zusje en alle buren boven, naast en tegenover ons kunnen uitslapen, langer dan 6 uur op zondagochtend.

en 3: Kan je alsjeblieft niet je handen in je kraag van je T-shirt wrijven waardoor ik de afgelopen weken 8 nieuwe T-shirts heb moeten kopen vanwege de gaten?!

Beer keek mij bij al deze punten wat angstig aan. Altijd als hij voelt dat ik bozig ben is hij als de dood dat het tripje naar zijn cijferwinkel in gevaar komt dus kan hij alleen reageren met ‘gewoon?” en daarna duidelijk maken dat hij dat en dat cijfer wil hebben waarop ik ja moet zeggen.

De honden liepen inmiddels op hun tenen vanwege mijn uitstralend gevoel van frustratie

(Dus in plaats van elke 5 minuten zijn cijfers op te noemen waarop ik ja terug moet zeggen zegt hij het nu elke 30 seconde).

Ik moest weer tot de conclusie komen dat mijn seconde van frustratie een uitwerking heeft van een hele dag onzekerheid voor de arme Beer, want hoe gaat zijn moeder nou zijn schema goed afwerken voor hem?!

Terug gekomen bij mijn verstand vertelde ik op de weg naar huis dat ik niet boos meer ben. Dat is erg belangrijk, heb ik moeten leren, zodat Beer weet dat boos zijn niet blijft maar wordt opgevolgd door een normaal neutraal gevoel, noem het maar blij zijn dan. Want op het schema stond een uitje: de dierentuin.

Daar aangekomen met het zusje en vriendin was het zo druk dat er niet eens een parkeerplek op het terrein te vinden was. Geen probleem want in de straat er naast was er wel eentje.

We zwaaiden het zusje met vriendin uit die met ieder een tientje zelf op pad gingen.

Op mijn loopfiets reed ik achter Beer aan die met een gelukkige glimlach zelf kon aangeven welke route hij wilde gaan, samen met zijn nieuwe cijfers.

Het is wel duidelijk dat die dieren daar alleen maar een bijzaak zijn, het gaat meer om het gevoel dat hij van A naar B gaat en uiteindelijk eindigt in de speeltuin met frietjes en cola.

Ik zag grote gezinnen met buggy’s, families met hun oma’s in rolstoelen die misschien wel die dure kaartjes hebben moeten kopen, ik had ze gewonnen van de loterij, gelukkig.

Ik zag bij velen de druk en stress om bij alles en overal te willen zijn zolang ze maar niks missen en waar krijgen voor hun geld.

In de hete zon moest ik een minuut of 8 wachten in een rij voor een ijsje en Beer liep naar binnen in een met airco gekoeld winkeltje. Omdat ik alleen met hem was vroeg ik wat onhandig met loopfiets of Beer daar even kon wachten aan de 3 oudere vrouwen die daar vast vrijwillig stonden op te letten, geen probleem hoorde ik. Ik stond niet lekker, zo in de rij, zonder toezicht maar met ijsjes en al bedankte ik de dames hartelijk en ging ik met Beer die uit kleermakerszit van de gekoelde vloer opstond het ijsje opeten in de schaduw. Wat moet, dat moet maar denkend.

Verder zijn we nog naar de visjes gaan kijken en ik zag dat Beer het belangrijker vond om langs zijn cijfers naar de giraffen te kijken. Dus was het snel tijd voor de speeltuin met frietjes en cola.

Er is daar een groot houten huis met glijbanen waar je geen inzicht hebt in waar je kind in dat huis zit. Gelukkig volg ik met mijn oren de geluiden van Beer die mooi tussen het gegil van de kleinere kinderen uit kwamen.

Ik vertelde de mevrouw die naast me zat dat ik Beer kon blijven volgen en er relaxed onder was. Hij is natuurlijk altijd de oudste met 18 jaar, in een speeltuin, wat ons toch wat bijzonder maakt.

Natuurlijk, zoals altijd, gek genoeg had ik in haar iemand gevonden die ook iets met autisme heeft. Ik heb blijkbaar een autismeradar ontwikkeld. Haar kleinzoon, die ze trots aanwees, had ook autisme. Ik zag aan hem dat hij dat in veel mindere mate had dan Beer die ondertussen keihard aan het schommelen was tussen wat kinderen.

Met 1 oog op Beer hebben de mevrouw en ik behoorlijk lang en fijn zitten praten over het autisme en alles wat daarbij hoorde.

Haar kleinzoon was nog maar 6 en ze vond het lastig dat hij niet goed mee kwam in groepen zoals de speeltuin. Ik vertelde met mijn ingebouwde ervaringsmechanisme dat ik een bepaalde vorm van zelfvertrouwen en schijt aan had ontwikkeld omdat Beer gewoon Beer was en ik daar mee om heb leren gaan.

Na een half uur zag ik Beer in de kleine-kinder speeltuin op een schommel zitten met een ontbloot bovenlijf. Oeps. Dat was nou ook weer iets teveel van het goede dus schoot ik overeind om hem wild te gebaren dat hij zijn shirt aan moest trekken en bij mij moest komen zitten.

Een licht gevoel van schaamte naar de verse ouders daar rijker en een ijsje voor het zusje, vriendin en Beer later gingen we weer naar de auto.

Het was al half 6 inmiddels en ik was moe. Te moe om nog te willen koken dus bedacht ik met luid gejuich van de achterbank dat we gelijk maar naar de Mac konden rijden. 2 keer frietjes eten was na zo’n dag toch net iets teveel voor Beer. Bij elke hap hoorde ik hem zeggen; ” hierna, frietjes klaar”, “Dag frietjes tot..? ” Zijn spanning nam toe en hij wilde zelfs weten wat we de volgende dag gingen eten.

Die ochtend nog vers in mijn geheugen hoorde ik hem aan en reageerde neutraal en rustig op zijn vraag naar meer structuur.

Wetend dat mijn eigen vermoeide lijf na het normale dagschema vast even op de bank mocht ploffen. Alles komt altijd goed.  Altijd. Bozig of niet. Dat moet gewoon, was mijn conclusie van die dag.

Marjolijn Bruurs

is ondernemer, netwerkbouwer, blogger, echtgenote, moeder en sinds 6 jaar mantelzorger voor haar vader met Alzheimer. Tevens is zij de bedenker en mede oprichter van Mantelzorgelijk.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Teken de petitieOverheid, praat MET mantelzorgers en NIET OVER mantelzorgers
Tekenen
Back To Top
X