Alles weer op de rit..

Na de twee ziekenhuisopnames van mijn eega, merk ik dat ik zelf toch ook echt even moet “bijtanken”.

Het heeft er weer behoorlijk ingehakt.

Ook mijn eega moet uiteraard “pas op de plaats” maken, voor verder herstel, dus nog geen taxi ritjes naar huis en naar zijn zoon deze week.

Vrijdagavond belt hij mij als hij in bed ligt.

We praten wat, en als ik hem aan het eind van het gesprek alvast “welterusten” wens, reageert hij verbaast, terwijl hij toch in bed ligt en het ook donker buiten is, maar hij had geen idee dat het al bijna tijd was om te gaan slapen.

Na een paar rustige dagen, kan hij zijn activiteiten weer oppakken, en dat begint op maandag met de werkplaats, zijn favoriete plek.

Ontroerd belt hij mij daarna op, dat de mannen zo blij waren dat hij er weer was.

Dinsdag gaan we zoals gebruikelijk samen naar de natuuractiviteit, waar de ontvangst niet minder hartelijk is.

Er is nu een workshop “uilenballen (braakballen)  uitpluizen”.

Zelf ben ik niet zo’n “ontleder”, maar mijn eega heeft daar wel zin in, en de botjes van een muis komen uit zo’n bal tevoorschijn, waar hij gebiologeerd naar kijkt.

Actief bezig zijn is ook goed voor hem, want van “gepraat” valt hij zo in slaap.

Hij is nog niet de oude, dat merk ik goed.

In overleg met de zorg en met hemzelf, besluiten we de taxi wel te boeken voor vrijdag naar huis en zondag naar zijn zoon, maar dat zondag af kan vallen als zou blijken dat de vrijdag te vermoeiend voor hem is geweest.

Hij is het hier niet mee eens, zegt protesterend dat hij niet van “poppenstront” is, maar zowel de zorg als ik willen hem nog een beetje beschermen.

Woensdagmiddag krijgt hij bezoek van zijn “oude” baas en diens secretaresse.

Ik vertel hem dat dinsdag, en hij reageert blij verrast.

Als ik afscheid van hem neem, ‘s avonds, omdat hij naar de herensoos gaat, vraagt hij ongerust of zijn baas “straks” komt, en dan kan ik hem geruststellen dat het “morgen” is.

Voor “Corona” was er toch een klein netwerkje van mensen die hem af en toe bezochten, maar die tijd schopte alles in de war, en niet iedereen pakt die draad weer op.

Fijn dat er mensen zijn die dat wél doen!

Je zal zelf maar in een zorginstelling zitten en bijna niemand zien..

Ook voor mijzelf, en zijn zoon, is het fijn als er anderen zijn om even het stokje over te nemen, want dan kunnen “wij” ondertussen uitblazen.

Bij mijn vertrek heb ik nog even een leuk gesprekje met een zorgmedewerker, over “betrokkenheid”.

Zij is betrokken, van nature, en ik ook, maar dat is in ons geval eveneens de verdienste van mijn eega zelf, die mensen aan zich weet te binden en “vast te houden”; een gave van hem, die gelukkig niet verloren is gegaan door zijn ziekte.

Een aantal mensen had ik persoonlijk geïnformeerd over zijn ziekenhuisopnames.

Ik sta er vervolgens van te kijken hoe weinig mensen dan de moeite nemen om later zelf nog eens te informeren; ze waren te tellen op één hand.

Wat denken de anderen? Dat ik ze zelf wel op de hoogte blijf houden? Dat ik daar de energie voor heb? Zin in heb?  Of interesseert het ze gewoon niet?

Mijn eega heeft op zoiets een steengoede reactie: “Laat toch gaan……”, zegt hij dan.

“Degenen die wel echt betrokken zijn, dat zijn ook de mensen waar je het van “moet” hebben”.

(De anderen zijn slechts “decoratie”, en een mens kan ook zonder decoratie (uit mijn eigen koker ;-)).

Inderdaad. Zo is het precies..

Mayke de Vries is na een carrière in de zorgsector nu vooral mantelzorger voor haar partner, die helaas na een grote hersenbloeding in oktober 2019 in een zorginstelling kwam te wonen. Zij schrijft op Mantelzorgelijk over de veranderingen in hun leven.

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top