Alleen naar het einde #alzheimer

Alleen 8 apr 2016 consendonl“Mijnheer de Boer” ligt slecht, fluistert de verzorgster me toe als ik de woongroep binnenstap. Ach jeetje, alweer iemand. In de afgelopen vijf jaar dat mijn moeder daar woont zijn er zeker zeven bewoners overleden. Je weet, het hoort erbij, de bewoners zijn broos en dement en in hun laatste levensfase. Maar toch stemt het me iedere keer weer droevig. Dat mijn moeder daar al zo lang verblijft mag een wonder heten. Samen met bewoonster Ria woont zij daar al het langst. Ik vind het altijd best lastig om ermee geconfronteerd te worden dat er weer iemand ‘verdwenen’ is. In al die jaren ken ik de bewonersgroep natuurlijk ook goed en met sommigen bouw je dan ook een band op. Zo ook met meneer de Boer. Hoewel hij nauwelijks meer kon praten, heb ik toch een paar leuke gesprekken met hem gehad. En ik herinner me zijn pretoogjes als ik weer eens grappig aan het doen was, of lekker aan het zingen was met een aantal bewoners. Hij kreeg frequent en veel bezoek. Vaak gonsde de huiskamer van de gesprekken van de familieleden en vrienden die zich om hem heen schaarden. Soms tot ergernis van mijn moeder, die al die drukte maar moeilijk verdragen kon. Het was vaak sneu om te zien dat meneer de Boer weliswaar veel visite had en hij fysiek het middelpunt daarvan vormde, maar vaak bleek iedereen vooral met elkaar in gesprek te zijn en niet met hem. Hij zat er dan altijd maar wat verloren bij. Zijn vrouw kwam trouw elke dag en liep door het huis alsof ze erbij hoorde. Pakte van alles aan, schilde de aardappels en stond op vertrouwde voet met de verzorgers. Iets wat mij na al die vijf jaren nog steeds niet is gelukt. Vandaag loopt ze verdoofd rond en installeert zich aan het bed bij haar man. Heel even spreek ik haar, we willen de andere bewoners niet overstuur maken. Ze is natuurlijk bedroefd, maar hoopt dat haar man rustig inslaapt. Tegelijkertijd schreeuwt haar lichaamstaal dat ze haar man niet kwijt wil. Ik heb met haar te doen. Vandaag schil ík de aardappelen en ik neem me voor dat de komende tijd maar vaker te doen. Zij is er straks niet meer om dat te doen.
Samen met vrijwilligster Alie zetten we alle bewoners om tafel en doen een kwis met hen. Vragen over vroeger vooral, over het huishouden, het koninklijk huis en oude liedjes. Er worden wat grapjes gemaakt en er ontstaat een ware competitie. Maar verder doen we rustig aan, want om de hoek ligt meneer de Boer op zijn sterfbed.
Als we samen de deur uitstappen betreuren we zijn aanstaande overlijden. En het lijkt zo sneu dat hij –buiten de bezoekjes van zijn vrouw en dochters – zo alleen dit proces in gaat. “Vroeger zat je als familie te waken aan het bed”, vertelt Alie. En ook nu voelt ze de neiging om aan het bed van meneer de Boer te zitten, maar ze vindt dat niet haar plaats. Dat is aan de familie. Zo alleen in een slaapkamertje liggen en sterven is triest, concluderen wij. Met een schok realiseer ik me dat toen mijn vader overleed ook ik en mijn familieleden niet bij hem waren en hij daar dus ook urenlang alleen heeft gelegen. O, wat zou ik dat nu anders doen. Een beetje bedrukt verlaten Alie en ik het terrein.

Annette de Bus is nabestaandenbegeleider, fondsenwerver en tekstenmaker.

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top