skip to Main Content
Aletta Schrijft Over Haar Zorgintensieve Kinderen: Niets Doen Is Geen Optie

Aletta schrijft over haar zorgintensieve kinderen: Niets doen is geen optie

Mijn zoon van 18 heeft al vanaf de kleuterklas een vaste vriend.
Maatjes in dik en dun. Nog steeds trouwens.

De moeder van A werd ziek. Zo ziek dat ze overleed en plotsklaps was A een weeskind van 16.
Op haar sterfbed vroeg ze mij goed voor haar zoon te zorgen.
A verbleef in de weekenden al in speciale opvang om de moeder enigszins te ontzorgen want ook A heeft autisme.
Direct na de dood van zijn moeder werd er een bijeenkomst georganiseerd waarbij de vraag: “Waar wil je wonen”, centraal stond.
“Ik wil graag bij Aletta wonen” was steeds zijn antwoord.
Het ging door merg en been want met 4 zorgintensieve kinderen en een baan zou ik het niet trekken. Bovendien verschilde de opvoeding van zijn moeder dusdanig van die van mij dat ik problemen voorzag.
Het leek dus alsof A mocht kiezen waar hij wilde wonen, maar niets was natuurlijk minder waar.
Achteraf denk ik vaak: wees gewoon eerlijk tegen een jongere. Zeg hoe het gaat gebeuren en houd hem of haar geen warme worst voor. Scheelt je later een hoop frustraties.
Na haar dood verbleef hij dus door de week in de instelling, onder toeziend oog van een voogd van jeugdzorg en in de weekenden verbleef hij bij mij. Hij was mijn weekendpleegzoon.
En dat gaf gedoe. Want de instelling waar hij verbleef had de indicatie en een tweede indicatie voor weekendpleegzorg zat er volgens hun niet in. Onmogelijk. Ik had dus een niet geregistreerde weekendpleegzoon.
We regelden het toch: de instelling gaf mij een onkostenvergoeding voor de maaltijden en ik kreeg een bedrag uit het jeugdzorgfonds.
Voordat ik dit voor elkaar had gekregen waren er toch al wat weken voorbij want de motivatie van de professionals was: “Ja maar…je doet het toch met liefde?”
Ja. Ik deed het met liefde. Ik deed het omdat je dergelijke dingen gewoon doet. Hoef je niet over na te denken. Maar dat dit moest betekenen dat ik alle kosten op mijn bordje kreeg, ging mij te ver.
De jaren die erop volgden bleven min of meer strijd met de instelling. Niet dat wij elkaar de tent uitvochten, maar de communicatie rammelde aan alle kanten.
A is nu bijna 19 en verblijft zoveel mogelijk nog bij mij.
In augustus zal hij definitief vertrekken naar familie in het buitenland; tijd voor mij om te bloggen over de jaren dat hij bij ons was.
10 maart 2016. Donderdagmiddag.
Ik doe de voordeur open en laat A met zijn begeleider binnen.
Ik kijk hem aan.
“Ach jongen toch…. Ach…..wat naar allemaal…”
Hij kijkt me aan, legt zijn hand op zijn borstkas en zegt: “Het doet hier zeer”
“Kom maar binnen. Weet je wat? We gaan zo je kat ophalen. Dat wil je vast wel, he?”
“Ja, graag”.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top
X