Mama In Huis UA

Rolstoel op vrijdagavond #mamainhuis #mantelzorg

 

Mijn moeder ligt op de eerste hulp van het ziekenhuis. Al uren. Ze heeft haar enkel gebroken, op verschillende plekken. Er is geen sprake van dat dit gewoon aan elkaar kan groeien. Nee, dit wordt een operatie, met ijzeren platen en ingewikkelde schroeven. Maar niet vandaag, want alles is opgezwollen. Dus die poot moet in het gips. En dat lukt niet.

Twee, drie keer al, hebben de artsen geprobeerd om de voet in een bepaalde houding te zetten, zodat alle kapotte botjes recht staan, en dan hup, snel het gips eroverheen. Twee, drie keer al, bleek bij de controlefoto dat het toch scheef staat. En met scheve botten mag je niet naar huis. Dus wordt de hele handel weer opengeknipt en beginnen we opnieuw.

Het wordt drukker in de gipskamer. Inmiddels zijn er twee gipsmeesters aan de slag, er staan twee artsen en een co-assistent aan het been van mijn moeder te sjorren. Een lieve verpleegkundige laat aan mijn dochtertje zien hoe het werkt, gips maken. Ze legt een nat gipslapje op haar arm en laat het drogen. Daarna mag ze een mooie kleur uitzoeken voor het beschermlaagje.

Appeldag

Leuk! Een speelgipsje voor Effi! Maar het is inmiddels na zessen. We zijn hier al drie uur en we hebben geen idee wanneer we weg mogen. Mijn moeder gaat, met een nieuw gipspootje, weer naar de afdeling radiologie. Daar maken ze die foto’s. Zou het deze keer recht staan? De verpleegkundige neemt me apart. “Ga toch even naar het winkeltje,” zegt ze. “Neem een kop koffie, een reep chocola voor je dochter. Dit kan nog wel even duren.”

Is goed, denk ik. Ik wandel met mijn dochter naar het winkeltje. Bestel afwezig waar die kleine om vraagt. Appelsap en appeltaart? Ach, welja. “Rare dag” zeg ik. “Vrijdag – appeldag”, zegt mijn dochter. We lachen.

Ze komt bij mij

Maar ondertussen malen mijn gedachten. Het is vrijdagavond. Straks moet mijn moeder mee naar huis. Ze mag niet bewegen. Hoe ga ik dit aanpakken? Ze moet maar bij mij komen slapen, beslis ik. Want haar huis is een stuk kleiner, en ik kan niet zomaar bij haar intrekken. Ik heb een gezin en druk werk en een hoop gedoe. Nee, ze komt bij mij.

Hoe krijg ik haar van de auto naar binnen? Hoe op de bank? Waar kan ze slapen? Heb ik hulpmiddelen nodig?

De verpleegkundige wil wel even met me meedenken. Wat je nodig hebt, vertelt ze, is in ieder geval een rolstoel. Daarmee kun je heel veel. En verder een postoel (en vergeet niet om ook een po mee te vragen!) en een looprekje. Dan komen jullie er wel.

Aha. Een rolstoel. Om half zeven, op een vrijdagavond. Ik begin te bellen. Alle thuiszorg-winkels zijn dicht. Bestaat er geen noodnummer? Een spoedlijn? Ik vraag het aan de balie van het ziekenhuis. Nee, er is geen spoedlijn voor rolstoelen, mevrouw. Maar er zijn toch wel vaker mensen die op vrijdagavond een rolstoel nodig hebben? Hoe doen jullie dat dan?

“Vaak mogen mensen een nachtje blijven slapen,” vertelt de mevrouw van de eerste hulp. “We zoeken een bed op een afdeling. Dan kan de familie thuis het een en ander regelen. Maar vandaag kan dat niet. Het ziekenhuis is vol tot het laatste bed. U zult naar huis moeten.”

Dat gaat nooit lukken

“Mag ik dan een rolstoel bij jullie lenen?”, vraag ik. Nee, dat mag niet. Nou, misschien kunnen we een uitzondering maken. Ik kijk naar de rolstoelen. En zie meteen: dat gaat nooit lukken. Ik heb een piepklein autootje, en daarmee moet ik straks zowel mijn moeder vervoeren als mijn dochtertje achterin. Die vaste rolstoelen van het ziekenhuis zijn gigantisch, dat past nooit.

En opeens bedenk ik: social media. Ik plaats een oproepje in de inwonersgroep van ons dorp. “Lieve dorpsgenoten, ik heb vanavond een rolstoel nodig.” En binnen tien minuten stromen de reacties binnen. “Je hebt een PB…”, “Neem die van oma!” “Je mag er een lenen in het verzorgingshuis!” “Kom maar even langs,”…

Geweldig. Het is inmiddels half negen. En we hebben een stoel! Ik bel mijn man, die inmiddels via omwegen thuis is. Hij gaat de rolstoel van de Joodse Gemeente halen, op een paar minuten van ons huis. Ondertussen is de verpleegkundige met mijn moeder het oefenen. Langzaam opstaan op één been, draaien, voorzichtig laten zakken. Niet belasten, niet belasten!

De kamer stroomt weer vol. “De botten staan recht,” zegt de arts. “U mag naar huis,” zegt de andere arts. “Succes ermee,” fluistert de verpleegkundige. Voorzichtig help ik mama in de auto. Daar gaan we.

is journalist, netwerkbouwer, trainer en vertaler. Zij werkt in Nederland en Duitsland op het gebied van cultuur, (social) media en zorg.

Barbara Mounier

is journalist, netwerkbouwer, trainer en vertaler. Zij werkt in Nederland en Duitsland op het gebied van cultuur, (social) media en zorg.

Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

X