‘Mantelzorgers vragen eerder te weinig dan te veel’

Nu ouderen steeds langer zelfstandig blijven wonen, moeten zij vaker terugvallen op hun naasten als zij bepaalde dingen niet meer kunnen. Ook krijgen zij vroeg of laat te maken met professionele zorgverleners. Hoe kunnen mantelzorgers en zorgprofessionals het beste samenwerken? De website mijngezondheidsgids.nl schreef er een interessant artikel over, dat we graag met jullie delen.

Eigenlijk gaat er al direct iets mis bij de term ‘mantelzorger’, vindt orthopedagoog en bedenker van de ‘driehoekskunde’ Chiel Egberts. Mantelzorgers – vaak de kinderen van de oudere in kwestie – herkennen zich namelijk helemaal niet in die benaming. “Het is een beleidsterm. Spreek gewoon van ‘familie’ en ‘kinderen’, dat is veel directer.”

Hoe dan ook, de hulp van familieleden is hard nodig. Uit cijfers van het Expertisecentrum Mantelzorg, een organisatie die mantelzorgers ondersteunt, zijn vier miljoen Nederlanders mantelzorger, en dat aantal is groeiende. In 45 procent van de gevallen gaat het om hulp aan ouders of schoonouders.

Nieuwkomer

Dat zorgprofessionals samenwerken met mantelzorgers is volgens Egberts en directeur Truus Oud van het Mantelzorgcentrum – een expertisecentrum over mantelzorg – essentieel en onvermijdelijk. Maar de houding van verpleegkundigen, verzorgenden en andere zorgprofessionals sluit niet altijd aan bij wat een mantelzorger nodig heeft, stelt Oud. “Je ziet regelmatig dat professionals van alles overnemen, vaak met goede bedoelingen.” Ook Egberts zegt dat professionals zich bescheiden dienen op te stellen – zij zijn immers de nieuwkomer in de al levenslange relatie. Vraag dus: hoe zijn jullie het gewend te doen, wat is voor jullie belangrijk, hoe kan ik ervoor zorgen dat jullie het gevoel hebben dat er goed voor je vader of moeder wordt gezorgd? Te bescheiden zijn, is overigens ook niet de bedoeling, zegt Egberts: professionals mogen staan voor hun positie.

Kwestie van mentaliteit

Dat er bij personeel van bijvoorbeeld verzorgingshuizen niet altijd evenveel aandacht is voor de familie, blijkt wel uit een rouwadvertentie die Egberts een aantal jaar geleden in een krant zag. Daarin stond de volgende dankbetuiging: ‘Aan iedereen binnen de zorginstelling die zorgde voor mijn vader en betrokken was bij mij’. “Zo’n advertentie zie je zelden”, zegt Egberts. “Terwijl een kwestie van aandacht voor de familie vaak geen kwestie is van tijd, maar van mentaliteit.”

Expert én potentiële hulpvrager

Professionals zouden mantelzorgers moeten zien als expert, maar tegelijkertijd als potentiële hulpvrager, vindt Oud. Er is veel kennis bij ze te halen, maar het is ook belangrijk dat er aandacht is voor hoe het met de mantelzorger gaat en wat hij of zij nodig heeft. Daarnaast zouden alle partijen zich in de ander kunnen proberen te verplaatsen, vult Egberts aan. Want ook de familie heeft de verantwoordelijkheid om een goede band op te bouwen met de mensen die hun vader of moeder verzorgen. “Empathie zorgt voor betere relaties. Doe moeite om eens in de schoenen van een ander te staan, maar ga er niet in lópen. Met andere woorden: hou vast aan je eigen rol.”

Overbelaste mantelzorgers

Een bekend risico onder mantelzorgers is overbelasting. Bijna een op de acht mantelzorgers is zelfs ongelukkig, bleek onlangs. Overbelasting kan leiden tot ziekte en minder goede hulp, maar ook tot mishandeling, zoals vastbinden, hardhandig aanpakken, dwingen te eten of schreeuwen. Vooral mantelzorgers die er alleen voor staan met een ouder die door zijn of haar ziekte moeilijk gedrag vertoont, lopen de kans hun geduld te verliezen. De schuld hiervoor ligt niet alleen bij de mantelzorger zelf, vindt Oud. “Het is een maatschappelijk probleem dat die situaties niet aan het licht komen. Professionals als huisartsen en thuiszorgmedewerkers moeten hier alert op zijn en het tijdig met de betrokkenen bespreken.”

Soms niet genoeg kennis

Daarnaast speelt mee dat er bij mantelzorgers soms onvoldoende kennis is van specifieke problemen, zoals de gevolgen van dementie of een beroerte. Het is onduidelijk welk gedrag bij de aandoening hoort en hoe ze ermee om kunnen gaan, stelt Oud. Het expertisecentrum ziet het als een van zijn missies om mantelzorgers hierin te ondersteunen en van kennis te voorzien.

De financiering van zorg

Een ander aspect dat de rol van mantelzorgers zou kunnen helpen, is het versimpelen van de regels rond de financiering van zorg, zegt Oud. Nu zijn er drie ‘potjes’ waaruit de ouderenzorg wordt betaald: de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), de zorgverzekeringswet en de Wet langdurige zorg. Het kan gebeuren dat in een situatie meerdere potjes moeten worden aangesproken, wat erg ingewikkeld is voor mensen die dit regelen voor hun ouders.

Stel, iemand heeft dagbesteding nodig, maar heeft volgens de Wmo recht op een x aantal uur. Als dat niet genoeg is, moet er een andere wet worden aangesproken, die weer andere regels kent. Dat kan gevolgen hebben voor iemands eigen bijdrage of aantal zorguren, legt Oud uit. Voeg alle potjes samen, stelt ze daarom voor. “En wees niet bang voor grootschalig misbruik door mantelzorgers. Zij zullen eerder te weinig vragen dan te veel.”

Bron: mijngezondheidsgids.nl

is journalist, netwerkbouwer, trainer en vertaler. Zij werkt in Nederland en Duitsland op het gebied van cultuur, (social) media en zorg.

Barbara Mounier

is journalist, netwerkbouwer, trainer en vertaler. Zij werkt in Nederland en Duitsland op het gebied van cultuur, (social) media en zorg.

Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

X